HomeRechtsgeding tegen Jacob de Vletter, zaakwaarnemer te RotterdamPagina 16

JPEG (Deze pagina), 902.39 KB

TIFF (Deze pagina), 6.91 MB

PDF (Volledig document), 37.50 MB

544
dat toch reeds in Mei 1867 over de bedoelde uitspanning bij de ~ J
Oude Plantage een woordenwisseling heeft plaats gehad tusschen b
den agent van politie Hermanus BARTHOLOMEUS HELLER, die op “
de toen door den beschuldigde en zijn gezelschap gekozen plek aan- t,
merking maakte wegens de nabijheid van den openbaren wandelweg, (j
en den Beschuldigde, door wien btj die gelegenheid den agent zou ,,
zijn verweten: dat hij deze bedenking opperde omdat hij van een b
kastelein, daar in de buurt, een bor1·el en een kwartje er voor ,,
kreeg ­ en de agent zou zijn gescholden voor smeerlap, afzetter, ge- Z
meene vent en stadsopvreter; dat in het Rmflerrlamscá Wee/cblml van d
26 Mei 1867 (Bijlage Z’; een ingezonden stuk voorkomt, getiteld: V
zläadenv, onderteekend met de letter V., hetwelk de Beschuldigde
zegt niet zeker te weten of het door hem is geschreven,maar dat toch j P
blijkbaar van hem afkomstig is, waarin deze ontmoeting medegedeeld t H
en de genoemde beambte (die destijds het nummer 70 droeg) wordt ,,
aangeduid als uno. 170 van ’t vreemdemlegioenrr, welke onnaauw- j ,,
keurigheid wordt hersteld op bladz. 31 der brochure van den be- V,
schuldigde, waar te lezen staat: dat na een eerste tegenkanting, welke b
de schrijver ondervonden had van een bosehwachter der gemeente, A,
die, toen zi_jn woord niet geholpen had, zijn hark tegen hem ophief i · N
met het gevolg dat hij, beschuldigde, hem bij de keel greep en hem “
zijn onmagt deed gevoelen... meer dan één agent van politie kwam, p L
die hen, baders, doch vergeefs trachtte te verjagen, b. v. de agent ‘ b
n¤.70,dien zij met zi_jn maat uit een kroeg in de Maaslaan zagen D
komen;
Dat de inspecteur van politie, tevens onbezoldigd rijksveldwacbter,
Hnniinlx VV1i.i.EM Monnrin bij proces­verbaal op zijnen ambtseed ”
opgemaakt(Bijlage R.) heeft geconstateerd: dat hi_j den 21 Mei 1869 H
op surveillance zijnde in de Oude Plantage en, bij de Maaslaan aldaar, j,
eenige mannen en jongens ziende, die in de rivier digt bi_j den pu- O
blieken weg zich schenen gebaad te hebben, onder hen er eenen 0
heeft opgemerkt die, geheel naakt, aan den oever stond, zoodat hij jl
dien persoon over het onwelvoegelijke hiervan heeft onderhouden, P
waarop de beschuldigde, een dier baders, tegen den inspecteur is
uitgevallen en, omringd van zijn gezelschap en een aantal nieuws- ti
gierigen, o. a. heeft gezegd: Wie neemt hier eenig gezag aan, S
niemand heeft iets te zeggen; wij zijn vrij en moeten ons niet · tl
laten regeren; dat moesten ide burgers wat beter begrijpen dat zij j “
die eenige autoriteit aannemen door ons worden betaald, daar moe~ , H
ten wij voor opbrengen; wij behoeven niet te doen wat zij willen, tl
maar zij moeten ons dienen; de burger moet niet toelaten dat ze 3
doen wat ze willen, je moet ze wel is waar helpen als het noodig P
is, maar moet ze ook op hun donder durven komen als het noodig is ; »j
ik noem geen namen enjelui weet niet genoeg watje doen moet., i/c zal C
hetje wel vertellen,_je mag wel weten wie ik ben, ik ben de Vletter! A
»·