HomeRechtsgeding tegen Jacob de Vletter, zaakwaarnemer te RotterdamPagina 15

JPEG (Deze pagina), 826.43 KB

TIFF (Deze pagina), 6.91 MB

PDF (Volledig document), 37.50 MB

. sa l
nwaarin de agent van politie is gestoken, een onwillekeurig zinne- j
»/beeld is van de regtmatige klagt die tegen deze magt ten hemel l
uschreit ­-maarzz, zoo heet het, ude verstandige wijt het aan dezen
niiet; zi_j zijn slechts de folterwerktuigen die op elk appel worden ·
«/gesmeerd en aangestrengd om hen zoo productief mogelijk te makenv.
i u De theoreticus zegt, dat in onze wetgeving goede waarborg ligt j
nvoor de vrgheid bij de Grondwet bepaald, maar wat baten den
r yburgers deze bepalingen, zoo een onpraktisch gemeentebestuur ver-
J uordeningen in ’t leven roept, die, door een slaapmutsen-collegie
i »/goedgekeurd zijnde, aan zijne dienaren het gezag in handen geeft ·
nom zoo willekeurig mogelijk met den burger en zijne bezittingen
//0IIl EG Sprillgerirx;
dat de regter, nadat het bovenmedegedeelde door den beschuldigde
was voorgelezen, hem tot de orde geroepen heeft, waarna hij de i
verdere mondelinge verdediging van zijnen cliënt heeft laten varen,
maar de memorie met de stukken heeft overgelegd;
Dat den 26 Junij 1868 door den beschuldigde, die dit bekent,
aan. den Burgemeester der gemeente Rotterdam, als hoofd der politie,
is ingeleverd een adres (Bijlage S), hetwelk in zijne brochure, blz. I
30-36, door hem is publiek gemaakt, in welk stuk wordt ge- i
klaagd: dat de meeste policie-dienaren van lageren- en zelfs van
hoogeren rang maar al te dikwijls vergeten dat zij policie-rlienaren
g zijn; en, in plaats dat zij toonen te begrijpen dat zij vóór den burger
de wetten moeten handhaven, trachten 0022* hem te heerschen. «/ln
i sommige gevallen/x ~ heet het in ’t adres ­- I/zoudt u met mij ge-
; rzërgerd worden over de langmoedigheid der burgerij, waarmede
J uhare dienaren draagtv; dat verder in bi_jzonderheden op minach-
1 lende wijze over eenige inspecteurs van politie wordt gehandeld en
zelfs op hun gedrag en leven, als private personen, een smet gewor-
{ pen, van agenten van politie wordt gewaagd als van uvreemde op- i
`F vreters waarvan er, zxdank zij die kostbare reorganisatie, tegenwoordig á
­i meer udan genoeg zijn zz, van zz vele policie­dienaren die zich H in-
beelden de tirannen der burgerij te mogen zijnu, luidende het
slot: »»En dat de policie­dienaar wete, dat ik mij duchtig zal l
· vbetoonen, niet voor twee, neen 1/niet voor tien man te vree- I
wzen, als zij misbruik van magt zouden willen maken, - hoewel
j aik mij door de overrerlencle taal, zelf van een kind, laat over- ~l
i r/meestereiirx ; ` l
l Dat dit, door den beschuldigde publiek gemaakte, adres in ver- j
j band staat met diens bemoegingen ter zake van het zwemmen en ‘
j baden in de Maas bij de ()ude Plantage en in de binnencingels
Q te Rotterdam , benioeijingen, die, eveneens, met opzetting en opruijing
der aanwezigen tegen de politie en hare bevelen gepaard gingen;
i
R
i
l