HomeRechtsgeding tegen Jacob de Vletter, zaakwaarnemer te RotterdamPagina 14

JPEG (Deze pagina), 852.09 KB

TIFF (Deze pagina), 6.91 MB

PDF (Volledig document), 37.50 MB

I '
52 "
vnog een greintje gevoel voor regt en waarheid bezit, zal in
nheiligen toorn ontgloeijen en Nederland loopt gevaar voor een bur-
«/geroorlog. Daar komt een drom van gruweldaden voor mijn geest, (
vdie elkaàr den voorrang betwisten om aan de vergetelheid te worden
wontrukt. De angst en tranen, die zijgekost moeten hebben, schreijeu ,
vom Wraak ten hemel; de verzuehtingen, die hebben afgeperst, -
uvereenigd zouden zij een donder formeren, die den ongevoeligste ’
uzou doen sidderen. Zijn er, Gode zij dank, nog hier en daar mannen , Q
I/die den eed, den aanvang van hun beroep afgelegd, getrouw
vhlijven, «/ik zal nimmer een (twist) zaak aanraden of verdedigen,
adie ik in gemoede niet geloof regtvaardig te zijn,«/ de massa
uvan hen loert op roof en buit met meer sluwheid dan de bloedgierigste
rztijgergv -
dat, met betrekking tot de tweede zaak, eene klagt over een te
Rotterdam gevestigden procureur en advokaat, door de genoemde
weduwe nn Vos is verklaard: dat zij, zelve niet kunnende schrij- (
ven, door haar zoontje aan den beschuldigde, na kennis gemaakt
te hebben met diens boek , heeft doen rigten den ten processe {Bijl. D)
aanwezigen brief d.d. 10 October, aanvangende: ”Edel Achtbaare
Heer JB. DE Vtnrrnn, uik hebt u boekje gelezen, dat doet mijn zeer
ngenoegen en ik hebt er jufvrouw boeten »/(Bouten)»x ook in gelezen
vdie staat er netjes in maar hoe komt het dat u er mijn ook niet in j
zhebt ingezet, hebben ze mijn ook niet genoeg mishandeld, het is
xzsirca ook vijf jaar dat ik in die duivelsklauwen zit. Eclelrkrshiibare l
uHeer, ik hebt tranen gestort toen ik het gelezen hebt dat daar niets (
avan mijn in stond, ik hoopt dat u mijn in het andere boekje zety f
Dat, volgens het verklaarde door den regter in het Tweede Kanton j
te Rotterdam Mr. Aenanan Annie Jnoon CLANT en den griliier ·ï
van dat Kantongeregt Mrt Gnnannos Bawrnotonnus Hnraorzman, l
de beschuldigde, als zaakwaarnemer optredende, het er op toelegde `
om in de openbare teregtzitting zich uit te laten ten nadeele van
de politie en andere magten; dat hij, ook volgens zijne erkentenis,
den 16 Junij 1868 de verdediging van zijnen zwager LoKKnnBo1., i
i die ter zake van overtreding eener gemeente·verordening teregt stond,
in de publieke zitting heeft voorgedragen, volgens eene memorie bij i
afschrift ten processe aanwezig, in welk stuk (Bijlage M") bij wege ,
van inleiding de volgende zinsneden voorkomen: udat sommige (
xrmagthebbenden in de gemeente met toenemende driestheid voortgaan j
eden burger af te zetten en te onderdrukken tegen den geest der J
»/wet en de bedoeling des wetgeversu, zzdat de burgerij, sedert de (
ukostbare en dwaze reorganisatie der politie, door hare dienaars en
donder deze meest door hen die het minste werk doen en het meeste
aloon (geld) trekken, worden gedienderd/z, dat de diepe rouw,