HomeRechtsgeding tegen Jacob de Vletter, zaakwaarnemer te RotterdamPagina 12

JPEG (Deze pagina), 815.98 KB

TIFF (Deze pagina), 6.90 MB

PDF (Volledig document), 37.50 MB

- ' i .___,._.,r,..
I
50 A
ukoud bad voor politie en justitie, door Jb. de Vletter. Ver- _
ukrijgbaar bij Jb. de Vletter, Mannenlaan, 13/373, ltotterdam,»/
alsmede met: schrifturen en aanteekeningen van deu beschuldigde af- .
komstig, of in zijne woning door den regtencommissaris, belast 2
met de instructie van strafzaken bij de arrondissements-regtbank te ,
Rotterdam, bli_jkens proces-verbaal van 7 November 1868 (prod. 412),
gevonden en in beslag genomen, zijnde al deze geschreven of ge- g
drukte geschriften ten processe aanwezig als stukken van overtuiging l
en bijlagen onder de letters A tot en met H3. Q
Dat in het Rotterdamsch Weelcblad van Zondag 7 April 1867, `
{bijl. V2), de volgende advertentie,onderteekend A. C.1 Aandeweg-
(Josterlaan, voorkomt: :/1-1on MEN IN 1Nl<)DER.LAND anonir BEDEEI/El ,
//El11(ll°ll­jl{ begin ik te wanhopen aan den regtmatigen eisch, door
zzinij aan de bevoegde autoriteiten van ons land gedaan ,0m mju mem,
uzlie in heb bam van policie er/kier, vo/gem MIJN vnniuouoim is `
H vermoord, naar billijkheid te doen schouwen. Van den Koning af · ­
z tot den oflicier van justitieff loe, heb ik weigerend antwoord ont- g
H vangen. Het komt van allen hierop neder: «/riad Zzjk moet in ’á -
augmf 0/Queer l)e Staten-Generaal, waarop ik ook een beroep i
»/heb gedaan, doen er evenmin iets aan, als de heer S‘rrni.·rJns,
zz aan wien ik dit onregt heb aanbevolen. Als het Nederlandsche
vvolk zul/ce zaken maar mel leede oogen blijft aanzien, stel ik voor ;
H een luiaard of een ezel, in plaats van een leeuw in het wapen l
zz van ons land te plaatsenw l
dat over de hier besproken zaak, betreffende het overlijden van
«li()I-IANNES AANDEWEG tijdens hij in den nacht van 1/L op 15 Fe-
bruarij, bev. in het bureau van politie aan de Kaasmarkt te Rot- §
terdam was opgenomen, reeds in de nummers van genoemd weekblad,
van 17 en 24h Maart 1867, (Bijl. S2, T2) ingezonden stukken voor-
kwamen, terwijl de beschuldigde, volgens zijne bekentenis en de
verklaring van Hr:nMANUs JAN WII.l.RM vax Mnuns, lid der firma I
VAN Manus en STUFFKENS, drukkers en uitgevers van dat blad, des- l
tijds en wel van 1 Julij 1866 tot 1 October 1867, als redacteur j
daaraan verbonden is geweest; A
dat ANNA CHRTSTINA Josma O0S'l`E1LIiAAN, weduwe van genoemden C
AANDIGWEG, thans huisvrouw van JAN h1()N'1‘YN, heeft verklaard: i
dat na het overlijden van haren man, de beschuldigde, dien zij
vroeger niet had gekend, uit eigen beweging met haar is komen spreken
over hetgeen met haren man zou zijn voorgevallen en heeft aange-
boden hare belangen waar te nemen ter verkrijging van uitkeering
uit de bos of het begrafenisfonds waarvan zij lid was; dat hierbij
de vraag te pas kwam of de man, werkelijk, zoo als de politie be-
weerde, zich zelf van het leven had beroofd, in welk geval geen