HomeRechtsgeding tegen Jacob de Vletter, zaakwaarnemer te RotterdamPagina 11

JPEG (Deze pagina), 910.22 KB

TIFF (Deze pagina), 6.93 MB

PDF (Volledig document), 37.50 MB

l
49
onregtvaardige, domme magthebbenden en aristokraten, den strijder
voor vrijheid, gelijkheid en broederschap. den man die hulp zou ver-
leenen en raad verschaffen, maar ook wederkeerig van het volk hulp
vroeg en ondersteuning wanneer de waanwijsheid van de politie zich
niet aan zijn oordeel en zijne uitspraken mogt onderwerpen;
dat dergelijke voorstellingen niet alleen ten aanzien van de politie
en haar beheer maar ook van de regterlijke magt, de ambtenaren
van justitie en het gemeentebestuur van Rotterdam, noodwendig _
moesten strekken en aldaar hebben geleid tot ondermijning van het
gezag in het algemeen , tot het aankweeken van ontevredenheid en
misnoegen , en, in het bgzonder bij dat gedeelte der bevolking hetwelk
of door den aard van zijnen arbeid en zijn verkeer of uit minder ‘
eervolle oorzaken meer direct met de politie in aanraking pleegt te I
` komen, tot minachting van de beambten, onwil om aan hunne be-
. velen te voldoen en ten laatste tot tegenstand en openbaar geweld
jegens hen die door den beschuldigde als rz opvreters en geweldenaarsn
bij elke voorkomende gelegenheid hun werden aangeduid;
. dat, blijkbaar, particuliere veete tegen de Commissarissen van
, ` Politie LU1>o1.1=·H en E¤om.v4An·r en anderepolitie·ambtenaren , bene-
vens ijdelheid, zich uitstrekkende naar den roem van ”volksman,”
den beschuldigde hebben gebragt en steeds verder gevoerd op dezen
weg van éénzgdige beoordeeling, weldra algeheele veroordeeling,
minachting en beleediging van de politie, al hetwelk heeft gestrekt
tot opzetting en opruijing van kwaadwilligen en onnadenkeuden tegen j
[ de door hem alzoo gehaat gemaakte magt;
dat de beschuldigde zelf den bijstand van eene bandelooze, opge-
, wonden, volksmenigte tegen de politie heeft ingeroepen en zoo,
steeds voortgaande op den willens en wetens ingeslagen weg, oorzaak
Z is geworden van de verregaande gewelddadigheden die gedurende de I
, laatste dagen der maand October 1868 in de stad zijner inwoning
_ hebben plaats gehad. i
· Dat de kwade gezindheid van den beschuldigde jegens de politie,
zijn toeleg om haar prijs te geven aan den haat en de verachting j
j van het volk, zijne opzetting en opruijing van de ingezetenen tot
j verzet en krachtsbetoon tegen de politie en hare bevelen gebleken zijn ; j
· Uit in het openbaar gehouden toespraken, ter gelegenheid van ii
ongevraagde tusschenkomst bij handelingen van politie-ambtenaren, I
i uit advertentiën door den beschuldigde in nieuwspapieren geplaatst _
i en vertoogen bij verschillende gelegenheden in `t openbaar gevoerd,
i alles in verband met: de door hem geschreven, op zijnen last, ge-
drukte en in September en October 1868 binnen Rotterdam, ook
naar luid der verklaring van den directeur der maatschappij tot
algemeene dienstverrigting hliuri, Fainnnron Gocwrniea Emiros
Lüxrrvo, verspreide brochure getiteld: H openbare executie of een p
I
l