HomeRechtsgeding tegen Jacob de Vletter, zaakwaarnemer te RotterdamPagina 10

JPEG (Deze pagina), 623.71 KB

TIFF (Deze pagina), 6.93 MB

PDF (Volledig document), 37.50 MB

/
ACTE VAN BESGHULDIGIN G
TEGEN
JACOB DE VLETTER.
De Procureur­Generaal bij het Provinciaal Geregts-hof in Zuid-
holland ,
Geeft te kennen:
dat bij arrest van teregtstelling van hetzelve Geregtshof in Raad- _
kamer vergaderd van den 2den Maart 1869 naar ’s Hofs openbare
teregtzitting is verwezen:
JACOB DE VLETTER,
volgens zijne opgave oud vgftig jaren, van beroep zaakwaarnemer,
geboren en laatst woonachtig te Rotterdam, thans gedetineerd in
het Huis van arrest aldaar.
De Procureur-Generaal verklaart dat uit de instructie dezer
procedure resulteert:
_ dat de beschuldigde reeds sedert geruimen tijd het tot zijne taak
heeft gesteld te vitten op de handelingen en gedragingen van hoogere
en lagere politie-ambtenaren te Rotterdam en, meestal geheel onge-
roepen , af te keuren en tegen te werken de maatregelen welke de
politie in bepaalde gevallen had noodig geoordeeld en wilde ten uit-
voer leggen;
dat hij van zijne afkeurende bemoeijingen zoowel mondeling als
in geschrifte aan het publiek deed blijken, daarbij met minachting en
in bewoordingen die uitnemend geschikt waren om haat en onte-
vredenheid te wekken en te vermeerderen, over de politie, hare in
rigting, hare ambtenaren en haar werk uitwijdende, terwijl hij
tegenover de zlbullebakkerija, rden dwang »,, ude provocatiev, vde
geweldenarijen van de politie-manneni, »/van dat dwaas en kostbaar
ingerigte vreemden-legioen u, udie agentemregentenu, r/die gewelde-
naars/« en het door hen, rr naar willekeuiw, bevolene of verbodene ­-
aan den volke voorstelde: zijnen eigen persoon als den beschermer
van verdrukten en verongelijkten, den bestratfer van de oneerlijke,