HomeNieuwe regeling van de pachtPagina 33

JPEG (Deze pagina), 789.80 KB

TIFF (Deze pagina), 6.30 MB

PDF (Volledig document), 22.14 MB

BIJLAGE II.
’ Verslag der Commissie voor het Pachtvraagstuk.
De Commissie, die door U werd benoemd voor de be-
i studeering van het voorontwerp Paehtwet, daarover in
, Uwe vergadering van 18 Maart 1929 een rapport uitbracht,
. waarmede U zich hebt vereenigd en voor de Voorjaarsver-
, gadering op Uw verzoek een overzicht samenstelde van
· den inhoud van dit voorontwerp, ontving in Uwe laatste
vergadering de opdracht de discussien, die in de Najaars-
vergadering over het pachtvraagstuk zullen worden gehou-
den, vo·or te bereiden door aan te geven, wat een paehtwet
, naar hare meening zal moeten behelzen en daarbij de uit-
voerbaarheid eener veranderlijke pacht aan een beschou-
à wing te onderwerpen.
L Zij heeft daarom deze punten in een tweetal vergade-
ä ringen besproken en kwam daarbij tot het besluit de vol-
gende eenstemmig de·or haar aangenomen beginselen aan
f' Uw oordeel te onderwerpen, ten einde van U te vernemen,
j of deze Uwe instemming genieten en tevens nadere instruc-
1* ties te ontvangen omtrent hetgeen verder door haar zal
j me­eten worden verricht.
1
Het schijnt haar gewenscht, dat aan den huurder een
j recht op huurverlenging wordt toegekend, telkens voor
ï denzelfden termijn, waarvoor de huur oorspronkelijk of bij
Q de laatste verlenging is aangegaan, terwijl daarbij aan
2 partijen kan worden overgelaten, dien termijn te bepalen.
j De totale huurtijd zal door dit recht op verlenging een aan-
1 tal van 15 jaren niet kunnen overschrijden, zoodat. de
laatste termijn dienovereenkomstig zal moeten worden in-
gekort.
' De huurprijs moet voor de eerste maal door vrije over-
_ eenkomst tusschen partijen worden vastgesteld, terwijl hij
bij verlenging door de Pachtcommissie wordt vastgesteld,
indien partijen daarover niet tot overeenstemming zijn
gekomen.
De Pachtcommissie zal daarbij den oorspronkelijk of
‘ bij de laatste verlenging overeengekomen huurprijs als
maatstaf moeten nemen. Indien haar bij onderzoek blijkt,
dat de huurprijzen, die vo·or het betreffende jaar bij vrij-
willige overeenkomst zijn vastgesteld, ten opzichte van
die, welke op het oogenblik van de vorige verlenging of
van het aangaan der huur zijn overeengekomen, zijn ver-
anderd, zal ook de betreffende huurprijs door haar moeten