HomeNieuwe regeling van de pachtPagina 30

JPEG (Deze pagina), 797.83 KB

TIFF (Deze pagina), 6.30 MB

PDF (Volledig document), 22.14 MB

a
BIJLAGE I. 5
Rapport van de Commissie voor de beoordeeling
van het voorontwerp Pachtwet. g
De commissie, bestaande uit de heeren Ir. C. Nobel,
C. D. Rezelman, D. Schoenmaker en J. Sijp, heeft de eer
het volgende te rapporteeren. j
Het doet haar genoegen, dat het ontwerp zich niet Id
bezig houdt met maatregelen tegen het te hoog opdrijven
van de huurprijzen, omdat zij van meening is, dat daar-
tegen door wettelijke maatregelen niet kan worden opge-
treden zonder de vrijheid van mededinging en van over- _
eenkomst aan te tasten en dat van deze vrijheidsbeperking
het onvermijdelijk gevolg zou zijn, dat wetsontduiking op ä
groote schaal zou plaats vinden en bevoorrechting van
familieleden, vrienden, kennissen of partijgenooten niet
zou uitblijven. j
De eenige weg om het te hoog opdrijven der huurprij- t
zen tegen te gaan, is naar hare meening, dat meer kinde-
ren uit landbouwgezinnen een vak of betrekking buiten {
den landbouw zoeken, zoodat voor degenen, die in het j
landbouwbedrijf zijn opgeleid, minder aanleiding bestaat,
om tegen elkander op te bieden. Het zou naar hare meening i
op den weg van onze landbouworganisaties liggen de _;
ouders hierop te wijzen en stelselmatig propaganda te ï
maken vo·or het opleiden van boerenzoons in andere tak-
t ken van bedrijf en wetenschap. l
i VVat betreft de regelingen, die in het voorontwerp w e l
r voorkomen, kan onze commissie in vele opzichten meegaan
met hetgeen de Commissie Pachtvraagstuk uit het Kon
Ned. Landbouwcomité daarover heeft opgemerkt.
Zij kan zich evenwel in meerderheid niet vereeniger.
met het denkbeeld, om aan publiekrechtelijke lichamen
. het publiek verhuren te verbieden en voor het geval hiertoe ’
‘ niettemin werd overgegaan en voor deze lichamen het sol-
licitatiestelsel met vooraf vastgestelde pachtsom verplicht
werd gesteld, acht zij na eenige schifting aanwijzing van
den huurder door loting onmisbaar, om bevoorrechting te l
voorkomen. De commissie acht het evenwel wenschelijk,
dat bij publieke verhuring aan den zittenden pachter het
recht wordt gegeven, tegen het hoogste bod huurder te
blijven, ook als het door een derde wordt geboden, behou-
dens het geval, dat de huurder naar het oordeel der pacht-
commissie niet aan zijne verplichtingen heeft voldaan.