HomeDualistische economiePagina 9

JPEG (Deze pagina), 843.34 KB

TIFF (Deze pagina), 7.76 MB

PDF (Volledig document), 31.33 MB

7
halt", ist heute noch Hauswirtschaft". Dat deeltje kan dus
zonder scha verwaarloosd worden.
O‘m te ontkomen aan de historische beperking, in de
praemisse van algemeene wederhandelijkheid besloten, heb-
I ben enkele theoretische economen naar twee kanten van de
` ruilverkeersbasis geabstraheerd, door namelijk hun econo-
{ mische theorieën te toetsen eenerzijds aan de fictie eener in
S gesloten huishoudingen verdeelde maatschappij, anderzijds
j aan de fictie eener door collectieve organisatie ruilloos
; gemaakte samenleving. Ik wijs op Gustav Cassel’s Theoreti-
sche Sozialökonomie als voorbeeld.
i De belijders van een territoriale begrenzing van de
I economische theorie wijzen op de axiomatische praemisse
van de gevoeligheid voor het economisch motief, die aan hun
redeneeringen ten grondslag ligt. Ik noem slechts john
Bates Clark: The essentials of economic theory, met zijn
beeld van de bewegelijke tegenover de lijmerige vloeistof.
. Deze theoretici sluiten welbewust en uitdrukkelijk de Ooster-
sche volkeren van de toepasselijkheid hunner economische
theorieën uit.
A Beide begrenzingen kunnen worden gecombineerd.
. Daarvan is N. G. Pierson een voorbeeld, als hij in zijn Leer-
boek verklaart (deel I, pag. 34): ,,dat sociale groepen, die in
`West-Europa en Oost­Amerika door haar krachtig optreden
en de scherpe mededinging tusschen hare leden aan menige
economische wet een onfeilbare werking verzekeren, elders
worden gemist en ook vroeger niet hebben bestaan" en de
conclusie trekt: ,,Daarom is het wenschelijk, zoo vaak dit te
vreezen is, scherp te doen uitkomen, dat de wet alleen van
toepassing wordt verklaard op een commercieel zeer hoog
I ontwikkeld volk. De toepasselijkheid op andere volken wordt
dan overgelaten aan verder onderzoek."
Ook van deze territoriale begrenzing heeft men de
economische theorie trachten te bevrijden door te betoogen,
dat het welvaartstekort en daarmee de reactie op econo- ·
mische prikkels een voortdurend en overal voorkomend ver-
schijnsel is, hetzij bij ieder individu afzonderlijk, zooals
C. A. Verrijn Stuart in zijn ,,Grondslagen" poogt aan te
toonen, hetzij bij de maatschappij als geheel genomen, zooals
G. Cassel in zijn ,,Theoretische Sozialökonomie" uiteenzet.