HomeDualistische economiePagina 28

JPEG (Deze pagina), 900.20 KB

TIFF (Deze pagina), 7.89 MB

PDF (Volledig document), 31.33 MB

26
ontwikkelde, politiek geschoolde, gecentraliseerde en georga-
niseerde, westersche stedelijke element of de vreedzame,
onontwikkelde, gelocaliseerde, ongeorganiseerde, zwakke
oostersche massa op het platteland, die aan Gandhi eerst een
begin van bewustwording te danken heeft? De vraag stellen
is haar beantwoorden tevens. Maar zal dat gecentraliseerde
element dan gedoogen, dat zijn gezag, zijn beginselen, zijn E,
belangen, zijn geheele centrale organisatie, door de landelijke
bevolking worden genegeerd? Het dualisme laat zich niet ,
’ vernietigen door het te negeeren en ook de hier aangeduide H
uiting van dualisme, gekenmerkt in de tegenstelling centra-
lisatie­localisatie, zal een vraagstuk blijven ook van een ·
· onafhankelijk Indië.
Ik kom thans aan een vierde tegenstelling, die de dualis­
tische maatschappij kenmerkt en zich laat uitdrukken in de
termen mechanisch en organisch. Het westersche leven
ii wordt in zijn tempo en beginselen beheerscht door de machine,
het oostersche leven door de natuurkrachten, door zon en {
water of, wil men, door de zon alleen, De tijdswaardeering,
de levensbeschouwing, het vertrouwen in den invloed van
eigen inspanning, de leefwijze worden door deze twee
krachten essentieel verschillend beïnvloed, de economische
gedragingen moeten hiervan in hooge mate de inwerking
ondervinden.
Deze tegenstelling wordt te scherper, naarmate de massa
van de bevolking eenzijdiger op den landbouw als uitsluitend
bestaansmiddel wordt teruggeworpen. Belangrijk is reeds het
gevolg van deze tegenstelling, dat aan den westerschen of
, verwesterschten stedeling het inzicht in en daarmede de
f waardeering van het afwijkende landelijke levensbeginsel
ontbreekt. Veel verwijten van indolentie, fatalisme, luiheid "
worden hieruit geboren.
i Maar ik heb op een veel belangrijker, zuiver economiscl1
gevolg van het organische levensbeginsel te wijzen: de
{_ periodieke werkloosheid. Men stelle zich goed voor oogen,
dat door den invloed van het westersche kapitalisme de
bijbedrijven van de inheemsche bevolking voortdurend in
I beteekenis afnemen en dat ee11 percentage dier bevolking op
den landbouw is aangewezen, als in de westersche maat-
2