HomeDualistische economiePagina 19

JPEG (Deze pagina), 893.06 KB

TIFF (Deze pagina), 7.73 MB

PDF (Volledig document), 31.33 MB

I7
baar dualistisch geheel is verweven. Men kan de kritiek ook
zoo formuleeren: de ethnologie zoekt naar reincultures, de
dualistische economie heeft als studieobject juist de samen-
levingen, waar die reincultuur grondig verstoord is alsmede
het proces en de gevolgen van die verstoring. Neemt men nu
de stu·die der primitieve samenlevingen als grondslag voor de
dualistische economie, dan loopt men gevaar zijn verklaring
van de verschijnselen in het eerste gebied al te gereedelijk op
de verschijnselen in het tweede gebied over te brengen en
‘ daarmee te kort te doen aan den invloed, die juist die versto-
r ring van den maatschappelijken samenhang en van de regel-
matige maatschappelijke ontwikkeling op die verschijnselen
moet hebben gehad. Een verstoorde maatschappij behoeft in
wezen geen primitieve maatschappij te zijn. Aan het hier
gesignaleerde gevaar is Gonggrijp, blijkens zijn beschou-
wingen over bruikbaarheid en beteekenis van enkele rente-
theorieën voor de koloniale economie ‘) niet ontkomen.
Dit over de ethnologische richting in de dualistische
economie. Thans nog een woord over de economisch -geogra­
fische richting. Men vindt de verteg·enwoord·igers van deze
richting vooral on·der de talrijke en schrijflustige klasse van
Britsch-Indische economen. Over het algemeen zijn deze
ijverige compilators er niet in geslaagd den eigen aard van
hun samenleving en van de daaruit voortspruitende econo-
mische vraagstukken te erkennen, hetgeen zich hieruit laat
verklaren, dat zij zich, in navolging van de Engelsche klassieke
economen, op zuiver individueel standpunt stellen. Laat mij
het, waarschijnlijk nieuwste, handboek, het in 1928611 1929
verschenen ,,Indian Economics" van jathar en Beri, als voor-
beeld nemen. ,,De menschelijke natuur der Indiërs", heet het
hier in het inleidend hoofdstuk, ,,is in wezen gelijk aan de
menschelijke natuur in het westen en de fundamenteele veron-
derstellingen, waarop de wetenschap der staathuishoudkunde
j is gebaseerd, zijn in Indië even goed als elders van toepassing."
Bij deze praemisse laat zich de eigenaardighei­d van de
Indische economie enkel vinden in een uiterlijke beschrijving
van Indische economische en geografische feiten, in het be-
pleiten van een ,,nationale" Indische economische politiek en
1) Koloniaal Tijdschrift 1926, p. 319 v.v.