HomeDualistische economiePagina 18

JPEG (Deze pagina), 892.35 KB

TIFF (Deze pagina), 7.73 MB

PDF (Volledig document), 31.33 MB

16
{i Ofschoon nu de studie der economie, die het dualisme als
uitgangspunt aanvaardt, behoefte heeft aan grondige vooraf-
gaande feitelijke oriênteering betreffende haar object, is het
niet noodig, dat zij zich tot de historische methode bepaalt,
. d. w. z. enkel het bijzondere en tij­delijke in de verschijnselen
P nagaat. Eenmaal de kenmerken van den dualistischen grond-
A slag on·derkend, kan zij evengoed als de westersche economie,
’ in een theoretisch betoog de gevolgtrekkingen uit dien gron·d·
slag maken.
Ik wijs hier nadrukkelijk op, omdat de dualistische i
economie niet het gevaar mag loopen zich tel verliezen in is
O economische geografie of in ethnologie. Van Gcldcrcn
i waarschuwt er al voor in de eerste van zijn ,,Voorlezingen
if over tropisch- koloniale staathuishoudkun·de" en de waar-
ï schuwing is niet overbodig.
Wat de ethnologie aangaat, de westersche ec·onomen plegen
als tegenstelling tot de hun vertrouwde samenleving enkel ele
ä primitieve samenleving van wilden of half­wilden aan te voeren
ë en zoo treedt hier als aanvulling van de theoretische economie
ë de ,,ethnologische Volkswirtschaftslehre" op den voorgrond.
ä Ongetwijfeld kan de bestudeering van de pri·mitieve samen-
ë levingen op economisch gebied veel belangrijks aan den dag
i brengen. Waniieer echter Gonggrijp verklaart 1) ,,om op (het
terrein van de economische politiek) juiste dingen te kunnen
zeggen, moet men voortdurend de werkelijkïheid ­der inland-
‘ sche samenleving in het oog houden" en ·dan aan deze waar-
heid toevoegt ,,m. a. w. de voornaamste hulpwetenschap voor
p de koloniale economie is voorloopig de ethnologie", dan kan
i ik hem in deze conclusie niet volgen. Hier vertoont zich een
1 misvatting, die ook later in zijn verhan·deling over het arbeids-
V vraagstuk in Nederlandsch-Indië 2) weer opduikt, wanneer hij
de wenschelijkheid bepleit de economische verschijnselen eerst
te onderzoeken in hun in-donesische eigenaar·digheid en primi-
§, tief-economische oorspronkelijkheid, een misvatting door hem ,
zelf een paar regels verder gewraakt met de uitspraak (in mijn
' terminologie omgezet) dat in het grootste deel van Indië
is (negen tien·de naar zijn schatting) deze al of niet primitieve
, schering met ·den kapitalistischen inslag tot een ononderscheid-
1) Koloniaal Tijdschrift 1919, p. 1459. .
_ 2) Adi Poestaka; 1925; p. 5. Ook Koloniaal Tijdschrift, 14e jg., No. 5 en 6.
` ii