HomeDualistische economiePagina 17

JPEG (Deze pagina), 862.11 KB

TIFF (Deze pagina), 7.72 MB

PDF (Volledig document), 31.33 MB

i
ë
dualistische economie met evenveel recht aanspraak mag
maken op, evenzeer verplicht is tot toepassing. van meet ai
aan, van een eigen theoretische zoo goed als van een eigen
E historische methode.
Nu wil ik dit standpunt niet overdrijven door aan de
westersche theorie voor de dualistische economie alle waarde
te ontzeggen. Haar methodiek, haar systeem van ordening,
E haar begrippen en formuleeringen, haar analyse van indivi-
dueele, persoonlijke economische verschijnselen - en dit alles
,3 te zamen vormt al een belangrijk deel van de vvestersche
theoretisch-economische inventaris -- zullen ook voor de
dualistische staathuishoudkunde onmisbaar en bruikbaar zijn.
Toch is bij de hanteering ook van die begrippen voortdurende
waakzaamheid geboden. Het kan zijn, dat de inhoud van een
K, begrip, toegepast op de oostersche samenleving, armer, be-
perkter is. Ik noem b.v. de begrippen: gel·d, crediet, markt,
bedrijf, kapitaal. Het kan zelfs zijn, dat een begrip hier een
geheel andere beteekenis aanneemt. Ik wijs bijvoorbeeld op het
begrip ,,statisch", dat, op de dorpshuishouding toegepast,
synoniem wordt met ,,traditioneel".
De groote, eigenaardige vraagstukken doemen echter
eerst op, wanneer men de s o ciaal­economische verschijn-
selen van de dualistische maatschappij bestudeert: de loon-
en prijsvorming, de grondrente, marktverschijnselen,
arbeidsvraagstukken, het verkeer, credietproblemen, circu-
latie en geldhuishouding, monopolie- en concurrentie-ver-
schijnselen, de wisselwerking van stad en platteland, van
westersche en oostersche bedrijfsvormen. Hier laten de
beschouwingen en de bewijsvoering van de geijkte handboe-
ken ons in ·den steek; hier verliezen de abstracte betoogen
alle verband met de werkelijkheid, met het kennisobject en
daarmee de geschiktheid om dat object, den samenhang dier
werkelijke verschijnselen te verhelderen; hier raakt men vei-
legen bij de toetsing van de feiten aan de theoretische
conclusies; hier blijkt het niet straffeloos mogelijk de essen-
E tieele afwijkingen, die de dualistische samenleving biedt, stil-
zwijgend of uitdrukkelijk te negeeren. De bouwsteenen van
de westersche theoretische economie mogen bruikbaar zijn,
het daaruit opgetrokken gebouw is voor de oostersche
economie onbewoonbaar.

i