HomeDualistische economiePagina 16

JPEG (Deze pagina), 918.48 KB

TIFF (Deze pagina), 7.72 MB

PDF (Volledig document), 31.33 MB

i
Q
ijs . M.
l; E
vraagstukken stelt ­- dat punt heb ik bij het begin van mijn
betoog behandeld. Maar het vraagpunt is thans: hoe de
L dualistische (of wil men de ,,koloniale" en de Britsch-Indische)
ïi economen zich tegenover de westersche theorie stellen.
VVelnu, ten aanzien van die economische theorie is het
door de ,,koloniale" en de oostersche -­­ met name de Britsch­
Indische - eco·nomen vrijwel algemeen gehuldigd stan·dpunt,
Qi dat men heeft uit te gaan van een algemeene theorie, een
algemeen theoretisch schema, dat voor de bijzon·dere ver-
i· schijnselen in de bestudeerde oostersche samenleving slechts jï
i toetsing, aanvulling en uitwerking behoeft. Er wordt dus
gi enkel een verschil in nuance, in graad, in klemtoon aanvaard,
Q maar niet in wezen, in uitgangspunt. Men formuleert deze ii
. zienswijze ook wel aldus: er is -een gebied van de economische
theorie: de reine theorie, de économie pure, dat algemeen Kv
geldig is. Een dualistische economie, die haar bestaansrecht
wil verzekeren, moet daarom geen ,,reine Theorie treiben"
maar moet realistisch zijn.
i; Ik deel ·dit standpunt niet en beroep mij voor mijn afwij­
zing ervan op Am0m‘1’s uiteenzetting in zijn ,,Objekt und
Grundbegriffe der theoretischen Nationalökonomie". Mijns
L inziens geeft het gebruikelijke uitgangspunt zich niet helder
rekenschap van zijn enge historische voorwaardelijkheid.
Amonn nu herstelt in zijn definieering dit verband tusschen
ä theorie en historie. Beide methoden, de theoretische en de
historische, aldus zijn betoog, wortelen in waarneming van de
ä werkelijkheid, doch zij verschillen in de keus van -de verschijn­
l selen, die die werkelijkheid biedt: de theoretische metho·de
j zoekt in het economisch aspect van die werkelijkheid het
algemeene en blijvende te abstraheeren, de historische
l methode het bijzondere en tijdelijke. Echter dit ,,algen1eene
r en blijvende" is, in nog algemeener verband gevat, evenzeer
; bijzonder en tijdelijk, m. a. w. ook het kennisobject van de
theoretische methode heeft een relatief historisch karakter.
. En wanneer nu ook het meest algemeene verband, waarin de
westersche economie haar kennisobjecten vergaart van de
praemisse eener homogene maatschappij, eener eenheids-
samenleving uitgaat, dan is de conclusie geoorloofd, ·dat die
westersche economie ten aanzien van een dualistische samen-
leving niet maar zoo mag worden toegepast, dat de