HomeTwee achterlijke arbeidssystemen voor inboorlingen in Nederlandsch Oost-IndiëPagina 60

JPEG (Deze pagina), 912.72 KB

TIFF (Deze pagina), 7.28 MB

PDF (Volledig document), 56.19 MB

54 TWVEE ACHTERLIJKE Aneisxnssvsrnmmr {
reeds noemden, zien in 1927 en 1928 nog niet in, dat het eindelijk
tijd is voor de Regeering en voor hen zelf, om met grooten ernst i
en met spoed te streven naar afschaffing van dit stelsel met
zijn ellendige gevolgen. Zij zien niet in, dat menschelijkheid en ,
religieus gevoel de afschaffing gebiedt, die tevens een econo- I
mische en politieke noodzakelijkheid is geworden, zoowel van
een nationaal standpunt, met het oog op de ontwakende in- i
heemschen en hun nationalistisch streven, als ook internationaal, ‘
met het oog op het komende oordeel van Int. Arbeidsbureau y
en Volkenbond.
De geestelijke zoowel als de materieele rationalisatie van den
arbeid voert de wereld in de richting van opruiming aller
achterlijke stelsels. Het feit, dat de meeste belanghebbenden I
dit alles niet beseffen, dat zij door hun ondernemersgroeps- p
belang het belang van het kapitaal overschatten en evident E 1
onderschatten wat den arbeid in het productieproces toekomt, 1.
maakt het dubbel noodig, voor de andersdenkenden, om te Ii
doen wat mogelijk is om deze diepinvretende, voor Indonesië
steeds gevaarlijker wordende kankerplek uit te snijden.
§ 52. Oud-Minister Colijn wil de poenale sanctie niet afschaffen.
Wij zullen thans zien, dat ook de zoo krachtig doende oud-
. minister Colijn geen goed chirurg is, maar een zachte heel-
meester die stinkende wonden maakt.
Dat blijkt uit diens in Aug. 1928 verschenen, in par. 39 even
genoemd boek, ,,Koloniale vraagstukken van heden en morgen",
waarin deze door het kapitalistische groepsbelang bevangen,
zich christen staatsman voelende persoonlijkheid, voor de p. s.
zoo lang mogelijk bestendiging tracht te verkrijgen, door slechts p
te vragen ,,een behoorlijk kwantum geduld" (p. 141), door te
zinspelen op ,,indirecte forceering van de kwestie door het
optreden van regeeringsorganen" (p. 138) en door de in. i. veel
te lankmoedige Indische Regeering en haar ambtenaren te in-
timideeren met de woorden: ,,A1leen door een volkomen loyale
houding van beide kanten kan dit vraagstuk tot een bevredigende
oplossing gebracht worden. Voortdurende speldeprikken ver-
giftigen de stemming. En zoo goed als een maatschappij haar
personeel dient te ontslaan, dat niet con amore de arbeids- O
overeenkomst loyaal uitvoert, zoo goed moet het Gouvernement
zijn ambtenaren op hun nummer zetten en desvereischt van
%