HomeTwee achterlijke arbeidssystemen voor inboorlingen in Nederlandsch Oost-IndiëPagina 51

JPEG (Deze pagina), 867.48 KB

TIFF (Deze pagina), 7.33 MB

PDF (Volledig document), 56.19 MB

al
l
VOOR 1NBooRL1NGEN IN NEDERLANDSCH OOST­INDI1ï 45
lieden aan de grenzen van Nederlandsch-Indië afwijst, wijl 1nen
g voor den Europeeschen pionier de beste arbeiders weert".
¥ Niet onmogelijk is het, dat China. binnenkort bezwaren zal
' maken, dat 27.000 van zijn onderdanen op Sumatra’s O. K.,
18.000 op Banka en 17.000 op Biliton in den geschetsten termijn
W slavernij dienst moeten doen.
i Ook p. 30 van het verslag van de arbeidsinspectie over 1926
toont, dat de bestaande poenale sanctie het Werken in vrijen
arbeid belemmert; wij lezen daar, dat er werkgevers waren, die
het aantal vrije arbeiders wilden verhoogen en hen daarom
hoogere loonen dan de aan vrije arbeiders toegekende, uitbe-
i taalden, dit alles zonder succes. R’aarop volgt: ,,De reden hier-
voor zal waarschijnlijk zijn te vinden in het feit, dat de voor-
schotten en geschenken aan vrije arbeiders als regel minder be-
dragen dan die aan contractkoelies, hetgeen uiteraard verband
houdt met de onzekerheid omtrent de terugbetaling der voor-
schotten".
Na deze opmerking verwondert het ons niet, dat zooveel
. contractarbeiders na hun immigratie contract van 2 of soms 3
. jaar, niet eischen als vrije arbeiders te mogen blijven, maar
Y een reëngagements­contract voor 13 maanden onder p.s. teekenen.
E i § 47. Te laag loon bij de poenale sanctie.
i Opgemerkt dient, dat op de meeste ondernemingen ter O. K.
j v. Sumatra de dagloonen der contractanten 1 januari 1927 als
g volgt waren: bij eerste contract voor een man 42, voor een vrouw
37 cent, bij reëngagement voor een man 47, voor een vrouw 42
‘ cent, terwijl vrije arbeiders als reëngagements-contractanten
betaald werden. Bovendien krijgen op de meeste ondernemingen
de contractanten zoowel als de vrije arbeiders / 1.-- per maand
toeslag op het loon. Het Verslag van de Arbeidsinspectie over
1926 deelt op p. 91 mee, dat een contractant ter Oostkust van
Sumatra voor levensonderhoud per dag 38 à 39 cent noodig
heeft.
Uit Bijlage T. van dat verslag blijkt voorts, dat zoowel Chi-
neesche als javaansche veldkoelies in de tabak ongeveer f 26.--
per maand aan netto inkomsten hebben. Daar dat veldkoeliewerk
in de tabak (dat ook zonder p. s. uitgevoerd zou kunnen worden),
meer op taakwerk lijkt, blijkt er reeds uit, dat ook vele der andere
koelies in taakwerk, zoo zij vrije arbeiders waren, op hooger loon
ä
J