HomeTwee achterlijke arbeidssystemen voor inboorlingen in Nederlandsch Oost-IndiëPagina 42

JPEG (Deze pagina), 869.57 KB

TIFF (Deze pagina), 7.30 MB

PDF (Volledig document), 56.19 MB

36 TWEE ACHTERLIJKE ARBEIDSSYSTEMEN
Zelfs een conservatief man als Zentgraaf schreef 28 juni 1927
in het Soerabajaasch Handelsblad, dat de Deli tabak-cultuur
ongetwijfeld tijd en gelegenheid voor invoering van vrijen arbeid
verzuimd heeft, terwijl hij er aan toevoegde: ,,Men zou kunnen
overwegen de mogelijkheid van een ordonnantie, welke b.v.
de Tabak verplicht jaarlijks haar werkvolk uit 20 % meer
vrije lieden te doen bestaan."
Ook de Directeur van justitie verklaarde 8 Aug. 1927 in
den Volksraad: ,,De Regeering is wel degelijk tot afschaffing
van de poenale sanctie besloten, dat weet iedereen."
Na al deze uitspraken die bevestigen, dat alles er op wijst,
dat naar de afschaffing van de poenale sanctie toegestuurd
moet worden, had men mogen verwachten een regeeringsbeleid,
dat zorgde voor een flinke vermindering van het aantal onder
poenale sanctie arbeidende koelies. Dat is echter niet het geval.
Zwak regeeringsbeleid en sterke druk van het grootkapitaal
(en de daardoor beïnvloede personen en pers) heeft gemaakt,
dat de Regeering met daden nog geen spoed betrachtte, gelijk
uit de bovengenoemde cijfers van het stijgend aantal contrac-
tanten is af te leiden.
§ 39. Colijn beschermt de arbeiders onder poenale sanctie niet.
Een recent voorbeeld van druk uit den grootkapitalistischen
hoek moge hier volgen. De heer H. Colijn schrijft op p. 132
van zijn in den zomer 1928 verschenen boek: ,,Koloniale vraag-
stukken van heden en morgen" de volgende woorden, waarmee
hij poogt de poenale sanctie zoo lang mogelijk aan de onder-
nemers te waarborgen: ,,Vo0reerst mag men niet uit het oog
verliezen, dat de ondernemer zich aan talrijke ontginningen
gewaagd heeft in het vooruitzicht, dat de dwingende bepalingen
in de arbeidsovereenkomst gehandhaafd zouden blijven. Hem
in dat vertrouwen te laten begaan ~ indien niet te steunen ~­
en dan achteraf den waarborg voor arbeidszekerheid te ontnemen,
is zeker niet als normaal te bestempelen".
Wij hebben echter door bovenstaande citaten overtuigend
aangetoond, dat allerminst de grootondernemers, maar integen-
deel de arbeiders zich in hun vertrouwen beschaamd mogen
voelen. Na 1915 en vooral na de uitspraak van 1918 had men in
de verstreken 10 jaren doortastender afschaffingsdaden mogen
verwachten. "