HomeTwee achterlijke arbeidssystemen voor inboorlingen in Nederlandsch Oost-IndiëPagina 41

JPEG (Deze pagina), 868.37 KB

TIFF (Deze pagina), 7.23 MB

PDF (Volledig document), 56.19 MB

VOOR INBOORLINGEN IN NEDERLANDSCH OOST­INDI1i 35
of minder krachtig in de richting van afschaffing der poenale
sanctie.
Zoo vinden wij b.v. in een Regeerings-publicatie (p. 17 Ver-
slag arbeids-inspectie over 1917 en 1918) het als een feit vermeld,
,,dat reeds in 1915 de afschaffing van de poenale sanctie in
beginsel wettelijk is vastgesteld", op die woorden volgt daar:
,,immers krachtens art. 24 der Koelie-ordonnantie (Staatsblad
1915, No. 421) kan door den Gouverneur-Generaal de bij die
ordonnantie vastgestelde maximumduur van de arbeidsover-
eenkomsten worden verkort en kunnen, zoodra naar het inzicht
van den Gouverneur-Generaal de omstandigheden zulks toelaten,
de straf- en dwangbepalingen op een bepaald tijdstip buiten
werking worden gesteld."
Zoo staat in een latere Regeeringspublicatie (de Meded. v. h.
Enc. Bureau p. 216): ,,Hiermede (bedoeld is dat geciteerde art.
24 Koelie-ordonnantie van Stbl. 1915, No. 421) is de mogelijkheid
der opheffing van de poenale sanctie als een soort Damocles-
zwaard gehangen boven het hoofd der planters/’
Boekdeelen spreekt verder het volgende feit:
Niet onder den druk van de Novemberdagen van 1918, maar
reeds 5 Februari van dat jaar ontvingen de plantersvereenigingen
bij schrijven van den eersten Gouvernementssecretaris, door
middel van den Gouverneur der Oostkust van Sumatra de be-
sliste mededeeling van de Regeering, ,,dat algeheele afschaffing
der straf- en dwangbepalingen geen kwestie meer is, waarover
valt te redetwisten, en dat het daartoe binnen weinige jaren
komen moet en za1", terwijl voorts nog in datzelfde jaar 1918
Gouverneur-Generaal van Limburg Stirum wereldkundig maakte,
dat 1 Januari 1926 de poenale sanctie op alle reëngagements­
contracten zou worden afgeschaft."
Wel wilde voor een actie van prof. Treub en zijn onder-
nemersraad in 1923 om de poenale sanctie weer bestendigd te
krijgen de conservatieve Regeering van G.­G. Fock zwichten 1),
maar zij maakte zich ondergeschikt aan de Tweede Kamer-
Commissie, die de Kamer in 1924 deed besluiten juist niet tot
de gewenschte bestendiging, maar tot geleidelijke afschaffing
der poenale sanctie over te gaan.
1) Die kreeftengang bij poenale sanctie kwam geheel overeen met de
houding ten opzichte van het heerendienst-vraagstuk ook in 1923
(zie § 33).