HomeTwee achterlijke arbeidssystemen voor inboorlingen in Nederlandsch Oost-IndiëPagina 36

JPEG (Deze pagina), 861.04 KB

TIFF (Deze pagina), 7.42 MB

PDF (Volledig document), 56.19 MB

30 TWEE ACHTERLIJKE ARBEIDSSYSTEMEN
Toen ik de in deze paragraaf behandelde door en door ver-
keerde regeeringspolitiek in mijn rede van 21 juni 1928 in den
Volksraad besprak, kreeg ik daarop eerst geen antwoord. Bij 2d€¤
termijn beklaagde ik mij daarover, waarop de Directeur van
Binnenlandsch Bestuur op 5 juli 1928 (Hdl. p. 718) zeide: ,,De
wegdeelen, die daar (bedoeld is op Celebes) zijn aangelegd, mid-
dels gebruik van den arbeid van heerendienstplichtigen, zijn
eenvoudig beschouwd als van plaatselijk belang te zijn. Zij zijn
niet aangelegd op een normaal technische wijze. Intusschen is
de Reg. bereid om deze zaak nog eens opnieuw speciaal te
overwegen. ’ ’
Wij hooren dus, dat de vier grootste wegen van Celebes samen
1000 K.M. lang, (dat is 18maal de afstand den Haag-Leiden-
Haarlem-­-Amsterdam), die in 1920 groote doorgaande verharde
verkeerswegen waren, in 1923 ,,eenvoudig beschouwd werden als
van plaatselijk belang te zijn". Men moet wel een ruime opvat-
ting, niet alleen van plaatselijk belang, hebben om een aan de
bevolking gegeven verlichting van heerendienst-druk met één
pennestreek zoo radikaal ongedaan te maken.
De opmerking, dat die vier wegen niet waren aangelegd op een
normaal technische wijze is bovendien heel dwaas, wijl het hee-
rendienst­verbod n.b. juist slaat op aanleg en vernieuwing van
groote doorgaande verharde verkeerswegen, zoodat zelfs indien
die wegen nog niet eens aangelegd waren, (en dat was o.a. met
den Tjambaweg het geval), het heerendienstverbod van 1920
er toch op sloeg. Constateeren wij slechts dat het goedpraten
van de politiek onder Gouverneur­Generaal Fock ten opzichte
van deze heerendienst-kwestie gevoerd, even onmogelijk als
pijnlijk is. `
§ 34. Conclusie: internationale aandrang tot spoedige afschaf-
fing der heerendiensten van groot nut.
Wij zien dus, dat ook een belangrijke vermindering van de
taak der heerendienstplichtigen, als in 1920 gegeven werd, geen
zekerheid voor de toekomst biedt, en dat nationale en internatio-
nale contróle op de maatregelen, speciaal van behoudende kolo-
niale regeeringen, zijn nut kan hebben.
Maar beter dan verzachting van het heerendienststelsel is
het breken ermee. Ik hoop met dit artikel bij velen die over-
tuiging gevestigd te hebben.