HomeTwee achterlijke arbeidssystemen voor inboorlingen in Nederlandsch Oost-IndiëPagina 35

JPEG (Deze pagina), 865.68 KB

TIFF (Deze pagina), 7.43 MB

PDF (Volledig document), 56.19 MB

VOOR INBOORLINGEN IN Ni«;DiaRLANDscH 0OS'l`­INDI1l 29
den van gewestelijk bestuur in, die zich vrijwel alle op het con-
servatieve standpunt hadden geplaatst, dat heerendienst voor-
loopig onmisbaar was.
§ 33. Onder G. G. van Limburg Stirum werd heerendienst voor
aanleg- en vernieuwing van duizenden Kilometers weg
in 1920 verboden, maar in 1923 onder G. G. Fock weer
ingesteld.
Maar zelfs bij misschien te verwachten goede stappen in de
richting van afschaffing dient men sceptisch tegenover sommige
later komende behoudende landvoogdijen te staan. Een voor-
beeld daarvan deelde ik op 21 juni 1928 nog in den Volksraad
mede, n.l. de weinig faire uitvoering onder G. G. Fock van het
Staatsblad 1918 No. 710, waarbij Gouverneur Generaal van
Limburg Stirum den aanleg en vernieuwing in heerendienst van
groote doorgaande verharde verkeerswegen verboden had. Ter
uitvoering van dat Staatsblad was onder den laatstgenoemden
vooruitstrevenden Gouverneur Generaal op 19 Aug. 1920 (No.
1938/A) een besluit van den Directeur van Binnenlandsch
Bestuur geslagen, tot aanwijzing van die bovengenoemde wegen
in ieder gewest. Onder den conservatieven Gouverneur Generaal
Fock werd drie jaar later dit besluit ten opzichte van verschei-
dene wegen ingetrokken. VVelk een bedenkelijke bestuursmaat-
regel dat was, blijkt het beste hieruit, dat b.v. alleen al in het
Gouvernement Celebes in het besluit van 1920 in totaal vier
groote wegen met een gezamenlijke lengte van ongeveer duizend
Kilometer waren aangewezen, terwijl in het besluit van drie
jaren later op Celebes geen enkele Kilometer weg meer als groote
doorgaande verharde verkeersweg beschouwd werd. Toen kon
dus ook die duizend Kilometer weg, die afdeelings-hoofd-
plaatsen verbond, en waarlangs zeer groot autoverkeer, dage-
lijks over afstanden van 2 à 3 honderd Kilometer, plaats heeft,
weer in heerendienst verder aangelegd en vernieuwd worden.
Als in 1923 gedacht was aan internationale bemoeienis met dezen
gedwongen arbeid, zou de Nederlandsch Indische koloniale
regeering vermoedelijk nagelaten hebben de in 1920 gegeven
vrijstelling van heerendienst aan alle groote wegen op Celebes,
voor zoover aanleg en vernieuwing betreft, drie jaar later weer
‘ geheel teniet te doen. Zoo is het ook vrijwel in andere gewesten
gegaan.