HomeTwee achterlijke arbeidssystemen voor inboorlingen in Nederlandsch Oost-IndiëPagina 33

JPEG (Deze pagina), 860.34 KB

TIFF (Deze pagina), 7.38 MB

PDF (Volledig document), 56.19 MB

VOOR INBOORLINGEN IN NEDERLANDSCH OOST-INDIE 27
Regeering, die m.i. leiding gevend en organiseerend hulp moest
bieden over de heele linie.
Er dient dus in den een of anderen vorm eenige tegemoet-
koming voor groote wegen en bruggen van de centrale kas te
komen, (bij zelfbesturen in mindere mate dan in direct be-
stuurd gebied). Zoolang er geen provincie of locale raad met
voldoende middelen bestaat, dient m.i. rechtstreeks door de
Landskas hulp geboden te worden, zoodat voortaan groote
bruggen en wegen,waarvan 40, of meer jaren geprofiteerd wordt,
niet langer door middel van heerendienst of heerendienst-
afkoopgeld betaald worden, uitsluitend door de nabij wonenden,
in enkele jaren tijds. Billijke lastenverdeeling is echter met
belasting in arbeid niet, is met belasting in geld wel mogelijk;
hoe eer die billijkheid betracht wordt, hoe beter.
Zelfs van groote wegen in de zelfbesturen profiteert de N. I.
schatkist o.a. door verhoogde invoerrechten, en verhoogden
benzine-accijns. Wat de laatste alleen al beteekent, blijkt wel, als
we mededeelen, dat die accijns in de laatste drie jaren resp. van
7,6 tot 9,7 en 12 millioen gulden steeg. Voor 95 % is dit aan het
vermeerderde autotransport te danken. Het besteden van den
meerderen benzine­accijns aan heerendienstafschaffing zou dus
zeker verantwoord zijn , en nieuwe welvaart in het land brengen.
Ik vroeg voorts speciaal de aandacht der Regeering voor de
belangrijke bladzijden 52 en 53 deel I van het in 1928 verschenen
rapport der Verkeerscommissie, dat geheel in de lijn van spoe-
dige afschaffing der heerendiensten redeneert, door voorop te
stellen, dat de wegkosten zoo eenigszins en althans zooveel
mogelijk, uit de algemeene middelen dienen te worden be-
streden.
§ 31. Ten onrechte meenen veel ambtenaren dat geen vrije
arbeiders te krijgen zijn.
Aan het slot van mijn tot hiertoe bijna woordelijk gevolgde
Volksraadsrede van 21 juni 1928 over heerendienst wees ik erop,
dat dikwijls ten onrechte de ambtenaren in streken, waar met
heerendienst gewerkt wordt, meenen, dat geen vrije koelies te
krijgen zijn.
Toen ik 3 jaren geleden voor het eerst op Celebes kwam, meen-
den in Bone zeer bekwame controleurs, dat geen koelies te krij-
gen waren. Ik wenschte de proef te nemen, en reeds twee jaren
a