HomeTwee achterlijke arbeidssystemen voor inboorlingen in Nederlandsch Oost-IndiëPagina 32

JPEG (Deze pagina), 853.66 KB

TIFF (Deze pagina), 7.38 MB

PDF (Volledig document), 56.19 MB

26 TWEE ACHTERLIJKE ARBEIDSSYSTEMEN
Regeering op de buitengewesten ook thans niet te overwegen,
doch zij schijnt gewestgewijs te werk te willen gaan, hetgeen af
te leiden is uit den zin in de Memorie van Antwoord: (juni 1928)
,,Voor die gewesten of gedeelten van gewesten, waar van ver-
vanging der persoonlijke diensten door een belasting in geld geen
bepaald overwegende praktische bezwaren worden verwacht,
zal tot die vervanging ten spoedigste worden overgegaan."
Ik heb met mijn betoog trachten aan te toonen, dat het daar-
entegen beter is, zeer snel over heel de buitengewesten tot af-
schaffing te komen van het stelsel, dat in 1928 veroordeeld werd in
Jeruzalem ter wereldzendingsconferentie, en dat in 1929 op de
arbeidsconferentie van den Volkenbond te Genève ook bespro-
ken zal worden.
Als de laatst geciteerde zin beteekent, -- hetgeen ik ver-
moed -- dat de schatkist niet in de heerendienst­afschaffing
zal bijdragen, maar dat in ieder gewest, of gedeelte van een
gewest de heerendienst door een belasting in geld vervangen
kan worden, meen ik het volgende te moeten opmerken.
§ 30. De heerendiensten moeten niet geheel door plaatselijke
belastingen vervangen worden, de algemeene kas moet
belangrijk bijdragen.
Dat op de buitengewesten zonder hulp van het Gouvernement
de heerendienst voor alle wegen door nieuwe geldbelasting zou
moeten worden vervangen, is niet billijk, als men bedenkt, dat
java zonder extra belasting zijn heerendienstafschaffing heeft
gekregen.
Wel werd daar een hoofdgeld tusschen f 1.-- en f 4,--, ge-
westgewijs verschillend, na de heerendienstafschaffing ruim
tien jaar lang geheven, maar een van de laatste regeeringsdaden
van den Gouverneur-Generaal F ock was - naar aanleiding van
het belangrijke rapport Meyer Ranneft Huender - dat hoofd-
geld af te schaffen op java, hetgeen de centrale Landskas 12
millioen gulden per jaar kostte. Ook de buitengewesten kunnen
dus met reden vragen om centrale overheidshulp voor de af-
schaffing van den heerendienst. Maar hieruit blijkt reeds, dat
niet de onderafdeelings­ of afdeelingschef een goed plan voor
heerendiensbafschaffing in zijn gebied kan maken. Zelfs het
gewestelijk bestuurshoofd kan dat niet. Het is de centrale
n