HomeTwee achterlijke arbeidssystemen voor inboorlingen in Nederlandsch Oost-IndiëPagina 29

JPEG (Deze pagina), 863.95 KB

TIFF (Deze pagina), 7.34 MB

PDF (Volledig document), 56.19 MB

VOOR INBOORLINGEN IN NEDERLANDSCH OOST-INDIB 23
zoo min mogelijk heerendienst gevorderd worden. (Hoe moeilijk
de techniek van dien maatregel voor het bestuur is, moge be-
seft worden, als men bedenkt, dat rijst en mais verschillende
plant- en oogsttijden in een zelfden dorpenbond noodig maken,
zoodat voor een deel der heerendienstplichtigen het uitkomen
in heerendienst altijd moeilijk is). Daardoor stagneert echter
menig werk, dat in vrijen arbeid uitgevoerd wel voortgang had
kunnen vinden, en b.v. vóór de nadeel brengende bandjirs
gereed had kunnen zijn. Bovendien gaan de tractementen van
duur toezichthoudend personeel door, en wordt van stoom-
walsen onvoldoende profijt getrokken.
Bij vele groote werken in Indië gebruikt men voor grond- en
steentransport decauvillespoor met kipkarren, maar dat is
alleen mogelijk bij uitvoering in vrijen arbeid, daar heerendienst-
plichtigen dagelijks of b.v. om de vijf dagen wisselen. Zij zouden
door gebrek aan routine ongelukken krijgen, en dus is men ge-
noodzaakt, daar waar met heerendienst gewerkt wordt, dit
zonder aanwending van decauvillespoor te doen.
VVij zien uit dit alles weer, dat heerendienst niet alleen veel
achterlijkheid bestendigt, maar daar, waar men meer moderne
techniek toepast, die techniek niet tot zijn volle recht laat
komen. En dit alles in een tijd, waarin men het erover eens is,
dat door rationalisatie de wereld tot grooter productie te voeren
is.
§ 26. Goede regeling van en contröle op heerendienst is on-
mogelijk.
Hoe moeilijk is het dus niet voor ambtenaren en hoofden
_ om de minst nadeelige tijdstippen voor het uitkomen aan groote
en tal van kleine werkjes vast te stellen en het werk te contro-
leeren. Die contróle eischt een uitgebreide administratie, juist
ook van de onbezoldigde kamponghoofden, die daarvoor niet
ontwikkeld genoeg zijn, en b.v. vaak voor de helft niet lezen
en schrijven kunnen. Bovendien zullen de slechte kampong-
hoofden toch blijven knoeien en zullen hun zwakke collega's
toch tegen de brutale heerendienstplichtigen, die niet uitkomen,
niet krachtig optreden.
Verder zal zoo’n dorpshoofd heerendienst en gemeentedienst
uit elkaar moeten houden. Bedenken wij daarbij, dat het dorps-
hoofd niet altijd bij al dien heerendienst en gemeentedienst zelf