HomeTwee achterlijke arbeidssystemen voor inboorlingen in Nederlandsch Oost-IndiëPagina 24

JPEG (Deze pagina), 836.40 KB

TIFF (Deze pagina), 7.44 MB

PDF (Volledig document), 56.19 MB

1.8 TWEE ACHTERLIJKE ARBE1DssYsTEMEN
gang van het dorp naar het werk en terug, die als heerendienst­
tijd geldt.
Bij sommige groote werken, waar goede controle is, of taken
gegeven kunnen worden, is zoo’n heerendienstdag dus op zegge
f 0.25 à f 0.33 te taxeeren.
Meestal is dat niet het geval. In 1926 gaf de directeur der
Landschapswerken in Celebes een berekening, waarbij bleek,
dat, bij het in orde houden van de goten der nieuw aangelegde
wegen, heerendienstarbeid nog geen dubbeltje per dag aan nuttig
effect gaf. De directeur is door zijn jarenlange ervaring met het
werk van duizenden heerendienstplichtigen, terecht reeds om
zuiver technisch economische redenen, een tegenstander van
het werken aan wegen en bruggen met heerendienstplichtigen.
In 1926 rekende ik uit, door eerst werk van honderden arbei-
ders in heerendienst en daarna een even groote taak in vrijen
arbeid uit te doen voeren, hoe voor een bepaald deel van het
heerendienstwerk, n.l. brandhout halen, (aan een kalkbranderij
in Bone werkten het voorafgaande jaar 120 heerendienstplich-
tigen dagelijks steeds door), het nuttige effect van een heeren-
dienstdag op 17.5 cent kwam te staan. Op dezelfde wijze kon ik
aantoonen, dat bij het vervoer van rivierzand een heerendienst-
plichtige maar voor 22.5 cent nuttig werk per dag presteerde.
In bovenstaande gevallen en bij soortgelijke leveranties van
hout, zand of steen, valt nog het voordeel van goed controleer-
baar taakwerk vast te stellen.Bij moeilijk controleerbaar niet-
taakvverk, als gewoon wegen-, duiker- en bruggenonderhoud,
wordt natuurlijk veel minder nuttige arbeid verricht, Waarbij
nog komt de algeheele verloren tijd voor den dikwijls dagelijk-
schen gang van het dorp naar het werk en terug. Het nuttig
effect van de meeste heerendienstdagen zal dus wel tusschen de
10- en 30 cent per dag liggen en vaak dichter bij de 10- dan bij
de 30 cent.
Verspilling van arbeidsvermogen valt dus te constateeren.
§ 20. Per dagdienst 30 cent verknoeid, of wel tien millioen
gulden per jaar.
Waar een werk tegen geld aangenomen wordt, ziet men
direct, dat de Boniër met draagpaarden gaat werken, waardoor
hij vlugger opschiet en veel menschelijk arbeidsvermogen vrij-
komt. Elders wordt dan met voertuigen gewerkt. Uit het feit,