HomeTwee achterlijke arbeidssystemen voor inboorlingen in Nederlandsch Oost-IndiëPagina 23

JPEG (Deze pagina), 859.33 KB

TIFF (Deze pagina), 7.54 MB

PDF (Volledig document), 56.19 MB

voon INBOORLINGEN IN N1;D1ïR1.ANDs<;H OOST-INDIE 17
dienstplicht ontslaat. Welke willekeur moet deze leeftijdsschat-
ting, wanneer de heerendienstplicht begint en eindigt, niet geven?
En welke moeilijkheden doen zich niet voor, als een ambtenaar
of hoofd moet beoordeelen, of iemand die vrijstelling vraagt,
werkelijk zwak of ziek is, tijdelijk of blijvend, of in het geheel
niet? De heerendienstregeling is dan ook bijzonder geschikt voor
vexatie, de onwilligen, de brutalen en de bevoorrechten hebben
de meeste kans vrij te komen, vooral onder zwakke of onbetrouw-
bare dorpshoofden. Bovendien is het onbillijk, dat een rijk man,
die ziek of zwak of oud is, niet meer in deze zware belasting
ten bate van de wegen bijdraagt.
Zelfs tegen het streven van bevoorrechte groepen dient
gewaakt. Zoo herinner ik mij, dat in het missiegebied van de
Rheinische Mission op Noord-Sumatra indertijd bestuursmaat-
regelen getroffen moesten worden, opdat het aantal ouderlingen,
dat men vrij van heerendienst gesteld had, niet te groot zou
worden. Het bestuur bepaalde toen, dat op 15 christenen
hoogstens één ouderling vrijgesteld zou worden. Sommige
zendelingen maakten n.l. op ongeveer tien christenen er een
tot ouderling, waardoor de Bataks, die christen werden, tevens
10 % kans kregen om van heerendienst vrijgesteld te worden.
De bestuursmaatregel beperkte dus dat percentage tot i 7.
Juist die vrijgestelde ouderlingen zijn doorgaans weer de wel-
varendsten van het volk, zoodat ook daarom weer de druk op de
armen zwaarder wordt.
§ 19. Kolossale verspilling van arbeidsvermogen.
Een ander nadeel aan heerendienst inhaerent, is de kolos-
sale verspilling van arbeidsvermogen, die bij zoo’n belasting
in arbeid plaats moet hebben, en waardoor aan de streek een
groot direct economisch nadeel wordt toegebracht. Ik wil dat
thans trachten aan te toonen.
in Niet zonder reden neemt men in heel Nederl. Indië bij de
” B. O. W. (Burgerlijke Openbare Vi/erken) en andere groote wer-
ken aan, dat een heerendienstplichtige per dag tweederde pres-
teert van den arbeid van een vrijen koelie. Stellen wij een vrijen
koeliedagdienst op f 0.50 waarde, dan is een heerendienstdag aan
die groote werken dus gemiddeld nog geen f0.34 waard. Van dit
bedrag dient nog afgetrokken te worden de waarde van den voor
, beide partijen verloren tijd, voor den doorgaans dagelijkschen
j L!