HomeTwee achterlijke arbeidssystemen voor inboorlingen in Nederlandsch Oost-IndiëPagina 22

JPEG (Deze pagina), 878.01 KB

TIFF (Deze pagina), 7.54 MB

PDF (Volledig document), 56.19 MB

16 Twice AcHTEnL1j1«:1«; Annmossvsrnmek
verschillend. Dit is een nog erger gevaar, dat helaas weer in-
haerent is aan het stelsel, dat de belasting in arbeid wil vorderen,
inplaats van in geld.
Ten eerste zijn n.l. de vreemdelingen van deze wegenbe-
lasting -~ want dat is heerendienst in hoofdzaak -- vrijgesteld,
. terwijl het volk juist ziet, dat die vreemdelingen over de wegen
rijden.
De inheemschen zullen zich deze onbillijkheid steeds meer be-
wust worden. Men zal steeds meer realiseeren, dat door dezen
regeeringsmaatregel de druk op de armsten, die het ’t minst
dragen kunnen, het allergrootst is.
Maar ook op het volk zelf is deze wegbelastingdruk zeer onge-
lijk. De rijkste en voornaamste menschen, als hoofden en hun
familie, verschillende ambtenaren en godsdienstbeambten, zijn
er van vrijgesteld, terwijl onder hen degenen voorkomen, die
het allerbest, en door middel van progressie het meest, aan dezen
wegaanleg en reparatie kunnen bijdragen, indien een geld-
belasting werd geheven voor dit doel. Weer zijn het dus de armen,
die in dit geval letter lijk en figuurlijk den last te dragen hebben,
en wijl zij de organen en voorgangers missen, om dit feit over-
zichtelijk voorgelicht te krijgen, opdat het politiek economisch
verwerkt kan worden, verwerken zij het door excessieve midde-
len, door plotselinge opstandigheid.
Het gevoel van onlust, dat velen in lndië beheerscht, is op de
buitengewesten voor een belangrijk deel te wijten aan dit achter-
lijke stelsel, dat toont, hoe wij ons niet weten aan te passen aan
de veranderde omstandigheden. Het is dan ook begrijpelijk, dat
in 1926, toen in vrijwel alle buitengewesten communistische
organisatie vat op het volk kreeg, de leiders door o.a. afschaffing
van heerendienst te beloven naar het hart van het volk spraken.
. § 18. Bevoorrechte groepen vrijgesteld.
Die zooeven genoemde vrijstellingen geven tot tal van mis- l
standen en willekeur aanleiding. Er zijn onderafdeelingen, waar, ^
‘ doordat dorps- en hoogere hoofden een of enkele heerendienst-
plichtigen mogen vrijstellen, honderden, ja duizenden vrijge-
steld zijn van dezen belastingplicht. De anderen voelen den druk
dan des te meer. Er zijn streken, waar men ouden van dagen
eerst op ongeveer 65­jarigen leeftijd vrijstelt van dit werk, en
weer andere, waar men menschen van 45 jaren van den heeren- _
e