HomeTwee achterlijke arbeidssystemen voor inboorlingen in Nederlandsch Oost-IndiëPagina 20

JPEG (Deze pagina), 846.40 KB

TIFF (Deze pagina), 7.47 MB

PDF (Volledig document), 56.19 MB

14 TWEE ACHTERLIJKE ARBEIDSSYSTEMEN ,
pongs. De vaststelling van het tracé voor dezen weg lijkt des-
tijds niet behoorlijk voorbereid te zijn geweest; alleen hierin
kan de verklaring liggen voor het feit, dat herhaaldelijk door
nieuw optredende ambtenaren wijziging in dat tracé werd ge-
bracht, waardoor de reeds verrichte arbeid van een geweldig
i aantal heerendienstplichtigen volmaakt verloren ging/’
Of dat voorbeeld juist is kan ik niet beoordeelen, maar wel r
weet ik, dat de genoemde feiten typeerend zijn voor vele mis- ‘
standen, die aan het stelsel inhaerent zijn, zoodat zij telkens, zij
het ook niet in die mate, dat zelfs verhuizingen er het gevolg van
zijn, voorkomen.
§ 15. Waarom de druk plaatselijk ongelijk is.
Die druk is plaatselijk vooral daarom ongelijk, omdat voor V-
niet­plaatselijke belangen n.l. voor groote doorgaande verkeers- E
wegen, die voordeel geven niet aan een deel van een onderafdee­
ling, maar aan de heele onderafdeeling, de heele afdeeling en het
heele gewest, die diensten slechts van de dichtstbij het werk
wonenden worden gevorderd. Dat kan niet anders, omdat wij
met een belasting in arbeid te doen hebben. Werden die werken
voor geld in betaalden arbeid uitgevoerd, dan zou de heele
onderafdeeling, de heele afdeeling, het heele gewest, ja heel
Indië, dat bij zoo’n weg belang heeft, mee kunnen betalen, men
denke aan de erdoor stijgende invoerrechten en benzine-accijns,
en dan zouden bij die billijker lastenverdeeling de dichtstbij
wonenden er inplaats van alle lasten, juist meer lusten van heb-
` ben, n.l. de gelegenheid om een geldloon te verdienen, waaraan
bij tientallen, soms bij vele honderdtallen in zoo’n streek be- ·
hoefte bestaat.
1 § 16. De druk is in verschillende tijden zeer ongelijk en belem­ ä
mert de welvaart.
K Ook kan de druk in verschillende tijden zeer verschillend zijn.
Lezen wij niet in de vraag op 14 April 1928 door het volksraads-
lid den heer Mochtar aan de Regeering gedaan, dat het afkoop-
geld voor heerendienst, dat in 1922 voor de onderafdeeling Kome- '
ring Ilir op f 5.50 en voor Ogan Ilir op f 3.-- werd vastgesteld,
thans sedert jaren is gebracht op respectievelijk f 15.-- en f l7.50? =
En nu spreek ik nog niet eens over de daar opgegeven reden dier