HomeTwee achterlijke arbeidssystemen voor inboorlingen in Nederlandsch Oost-IndiëPagina 17

JPEG (Deze pagina), 872.79 KB

TIFF (Deze pagina), 7.46 MB

PDF (Volledig document), 56.19 MB

VOOR INBOORLINGEN IN NEDERLANDSCH OOST-INDIB ll
belang. Hieraan wordt echter niet altijd de hand- gehouden.
In de verschillende ordonnanties wordt het maximaal aantal
dagen, dat voor deze diensten gevorderd mag worden, aange-
wezen; in de meeste gewesten is dat 30 of 35 dagen per jaar.
Het aantal dagdiensten, dat werkelijk gevorderd wordt, is
. plaatselijk verschillend, soms l0,soms 20, 30 o{ 35 dagen van
arbeid zonder kost en zonder loon. De werkbare mannen worden
° in bepaalde tijden van het jaar telkens voor enkele dagen, soms
b.v. voor vijf dagen, opgeroepen, dikwijls echter o.a. voor weg-
onderhoud b.v. één dag in de 2 of 4 weken, naar gelang men het
werk indeelt.
§ 12. In 1926 op ruim 2 millioen h.d. plichtigen ruim 34 millioen
g werkdagen en bijna 5 millioen gulden afkoop.
. In de gewesten Riouw, de Wester Afdeeling van Borneo en in
een groot deel der Molukken worden geen heerendiensten ge-
vorderd, in Bangka en Billiton wordt inplaats daarvan een hoofd-
geld geheven. In de overige deelen der buitengewesten waren
voor het rechtstreeks bestuurde gebied de cijfers over het jaar
1926 als volgt (maar het statistisch jaaroverzicht over 1926 zegt
erbij dat die opgaven onvolledig zijn): Men telde daar 1.201.753
heerendienstplichtigen, van wie er 457.282 hun dienstplicht voor
dat jaar aikochten voor {3.555.864. Hieruit valt af te leiden, dat
de gemiddelde druk op een dienstplichtige op f 7,77 te schatten
is. Geen gering bedrag op een inkomen, dat voor den doorsnee
Indonesier op { 100 à { 150 per jaar te schatten is. Van dat in-
komen dient ook nog inkomstembelasting betaald te worden,
die voor den doorsneedorpeling op {4 à {5 te stellen is. Er waren
dus in genoemd deel van de buitengewesten 744.471 mannen die
niet af konden of niet a{ mochten koopen (ook dat laatste komt
voor). Van hen werden 13,4 millioen dagdiensten geëischt, dus
gemiddeld 18 dagen per arbeider.
Bovendien werden in de zelfbesturen der buitengewesten in
1926 nog millioenen dagdiensten gepresteerd en voor vele tonnen
afgekocht. Niettegenstaande de opgaven van drie gewesten
ontbreken, zien we, dat in die zelfbesturen der overige gewesten
` dat jaar in de buitengewesten aanwezig waren 991.445 heeren-
, dienstplichtigen van wie een 167.416 tal hun dienst afkochten
voor { 1.406.234, terwijl van de overige 824.029 werkers ruim