HomeTwee achterlijke arbeidssystemen voor inboorlingen in Nederlandsch Oost-IndiëPagina 16

JPEG (Deze pagina), 923.98 KB

TIFF (Deze pagina), 7.46 MB

PDF (Volledig document), 56.19 MB

10 TWEE ACHTERLIJKE ARBEIDSSYSTEMEN
volken, die nog in een productenhuishouding leven. Tegenover
dit voordeel staan echter tal van veel grootere nadeelen, die
wij straks zullen opsommen. Bovendien valt dikwijls waar te
nemen, dat heerendienst gehandhaafd wordt, omdat men meent,
dat een volk nog grootendeels in een productenhuishouding ver-
keert, terwijl de regeering diezelfde streek wel rijp acht voor een .
inkomstenbelasting in geld, die vrijwel overal in Nederlandsch
Indië geheven wordt. Wij zien daarbij, dat die geldbelasting in °
de afgelegen streken van Indië doorgaans beter binnenkomt,
dan in de meer geciviliseerde, zoodat van een onmogelijkheid
om een geldbelasting te heffen vrijwel nergens in Indië meer
gesproken kan worden. Waarom dan dien veel minder billijk
te verdeelen, moeilijk te regelen en niet te controleeren heeren-
dienst nog langer gehandhaafd? Bovendien zal de uitvoering j
van groote werken in geld voor een volk het voordeel hebben,
dat er meer geld onder de menschen in omloop komt, zoodat zij .
daardoor weer gemakkelijker hun geldbelasting kunnen betalen;
de maatschappij differentieert zich dan meer, en komt op hoo-
ger productieplan. Kapitaal in noodzakelijke groote verbindings-
wegen gestoken zal trouwens, door meer in- en uitvoerrechten,
meer benzine- en andere accijns, meer belasting, kortom door
meer welvaart, spoedig met rente in ’s lands kas terugkeeren.
Wij willen nu verder de nadeelen aan heerendienst verbonden,
behandelen, grootendeels aan de hand van een door mij op
21 juni 1928 in den Volksraad van Ned. Indië gehouden rede
(Hdl. p. 292). Ik vroeg daar n.1. speciale aandacht voor het
heerendienststelsel in de buitengewesten,
tert eerste, omdat die heerendienst een groot economisch
nadeel aan vele honderdduizenden menschen toebrengt,
ten tweede, omdat de Inlandsche- en Europeesche bestuurs-
ambtenaren, en vooral de dorpshoofden, door die niet goed te
controleeren belasting in arbeid voor een onmogelijke taak ge-
steld worden, en
tert derde, omdat die heerendienst een pracht-aangrijpingspunt
voor politiek ontevreden elementen en opstandpredikers biedt.
Bij de wet (art. 46 Indische Staatsregeling), is sedert 1854
voorgeschreven, dat aard en duur dier diensten bij ordonnantie
geregeld worden, welke ordonnanties in elk gewest om de vijf "
jaren moeten worden herzien met het doel, daarin trapsgewijze ,
de verminderingen aan te brengen bestaanbaar met het algemeen