HomeTwee achterlijke arbeidssystemen voor inboorlingen in Nederlandsch Oost-IndiëPagina 10

JPEG (Deze pagina), 890.74 KB

TIFF (Deze pagina), 7.47 MB

PDF (Volledig document), 56.19 MB

4 rwrsiï ACH'I`1£RLI_[KE nnniïrnssvsriemiïn
tegenwoordige kapitalistische kolonisatie is annex zooveel
eigenbelang, zooveel onrecht, zooveel wreedheid, zooveel mis-
kenning van den aanleg der erdoor onderdrukte volken, dat
ieder koloniseerend land schuldig zou staan.
Maar hierom gaat het in mijn uitlating niet. i) Zij doet
de vraag rijzen: Is Nederland meer schuldig dan andere kolo-
niseerende landen? Als ik dan tracht rechtvaardig te zijn, zelfs X
tegenover mijn vaderland, dan is mijn antwoord: Ik geloof het
niet, het eene land zal in zijn kolonie weer andere goede en andere
verkeerde daden doen en nalaten, als het andere land. Ik erken
graag veel goed werk van westersche daadkracht in Indië, maar
meer nog dan een mensch moet een koloniale mogendheid eigen
zondige daden zien en inzien. Dat is de eenige methode voor
mensch en land om tot bekeering te komen, om meer waard te `
worden voor anderen in Gods groote, en door de moeilijkheden
waarvoor wij gesteld worden, juist zoo mooie wereld. 1
Zoo gezien ligt er blijheid in onze koloniale taak, en zoo gezien
heb ik geen spijt als een boetprediker in mijn rede over de rap-
porten, als een vriend van mijn land, het de feilen getoond en
niet verschoond te hebben.
§ 6. De boetvaardige koloniale zondaar.
Zoo dient ook over bepaalde perioden in zijn bestuur, of over
bepaalde onderdeelen van zijn beleid, Nederland als boetvaar-
dige, maar daardoor juist blijder geworden koloniale zondaar,
op uitspraken van de internationale wereldrechtbank der histo-
ric prijs te stellen. Dat doen wij telkens, maar wij moeten trach-
ten het steeds bijtijds te doen. Wij hebben leering getrokken uit A
de fouten der historie van het Compagnies bestuur, van voor ii
1800, wij hebben leering getrokken uit de historie der 850 milli- _
oen gulden aan batige sloten, (van 1830-1880). Maar wij moeten L
ook in de tegenwoordige fase van niet directe, maar indirecte
batige sloten, bijtijds leering trekken uit de fouten, die ons voor-
gehouden worden, in Indië zelf en in het buitenland. Menschen
als ons medelid de heer Moelia en de bekende Dr. Kraemer,
die evenals Dominee Schuurman op de pas gehouden Wereld-
*) In die rede van 18 juni '28 Hdl. p. 201 had ik, aan de hand van i
de rapporten over den opstand in Bantam (XIV. java) die eind 1926 en
in W. Sumatra, die begin 1927 uitbrak, het Nederlandsche koloniale {
bewind zoo scherp beoordeeld, dat een storm van verontwaardiging
tegen mij losbarstte.