HomeDe pligt der regeering, om voor de volksopvoeding te zorgenPagina 8

JPEG (Deze pagina), 653.25 KB

TIFF (Deze pagina), 6.29 MB

PDF (Volledig document), 13.23 MB

is
een punt komen al de twistredenaars overeen. Zij erkennen een·
stemmig, dat het dc pligt van iedere Regering is, orde te stellen
ep de veiligheid der personen en den eigendom der leden der j
maatschappij. jj
_ Kan het, als dit maar wordt aangenomen, ontkend worden, dat
de opvoeding der lagere volksklasse het krachtdadigste middel is, ti
om onze personen en onzen eigendom te beveiligen? Laat Adam l
Smith die vraag voor mij beantwoorden. Zijn altijd groote naam
heeft bij dit onderwerp aanspraak op bijzondere achting, omdat hij
zeer sterk tegen werkzame, bcmoeijendc en tusschcnbeide komende
Regeringen is. Hij was er voor, o1n de letterkunde, kunsten en we- Q
tensehappen voor haar zelve te laten zorgen. Hij was voor de ker­
kelijke inrigtingen niet gunstig. Hij was van meening , dat de
Staat zich niet met dc opvoeding der rijken moest bemoeijen.
Maar hij heeft ons uitdrukkelijk gezegd, dat er een onderscheid
moest gemaakt worden, bijzonder in eene handeldrijvende en
zeer beschaafde maatschappij, tusschen de opvoeding der rijken
en die der armen. De opvoeding der armen, zegt hij, is eene
zaak, welke grootcndeels het algemeen belang betreft. Even als
de Overheid er voor waken moet, dat de mclaatschheid zich niet
onder het volk verspreide, zoo moet zij er ook voor zorgen, den l
voortgang der zedelijke kwalen te stuiten, welke onafscheidelijk i
zijn van de onwetendheid. Ook kan deze pligt niet verwaarloosd
worden, dan met gevaar voor de algemeene rust. Indien de
menigte zonder onderwijs laat, is er groote kans, dat godsdien-
stige verbitteringen de verschrikkelijkste wanorde veroorzaken. De it
verselirikkelijkste wanorde! Dit zijn Adam Smiths eigene woor-
t den, en het waren profetische woorden. Naauwelijks had hij i
deze waarschuwing aan onze regeerders gegeven, of zijne voorzeg- (
ging werd op eene nooit te vergeten wijze vervuld. 1k spreek i
van het oproer der Geen .P(l?{SCZOiiZ clzelclezzzleu in 1780 Ik weet
in de geheele geschiedenis geen sterker bewijs voor de waarheid
der stelling te vinden, dat de onwetendheid der lagere volksklasse _
ej De leuze des opstands was Ne pepery, Gem P«¢uszZ0m.’ Zij werd
van dorp tot dorp uitgeschreeuwd, gelijk in 1640. Een verhaal van deuge-
heelen opstand geeft l·‘. (J. Schloss er, Gesch. des aeá/.:‘eá;zz‘e1z Jakïh., B.
(ll. .bth. ll, 295-30+. E