HomeBetoog, ten geleide van het adres, in April 1859, gerigt aan de heeren leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, en ten verPagina 7

JPEG (Deze pagina), 542.97 KB

TIFF (Deze pagina), 6.41 MB

PDF (Volledig document), 16.59 MB

7
ook de vreemde Loterij-exploitatie, beteugeling tot eene be-
hoefte maken, durf ik ernstige aandacht inroepen, ten einde
_ bij dit Adres ten slotte neder te komen op de zuiverheid
l van de bron, waaruit voor wolclacliglzoicl moge geput worden. _
Ook op het thans volgend Hoofdstuk schat ik aandachts-
vestiging noodig, bij hetwelk de tegenspraak getoetst wordt.
overgesteld tegen het eenige, en tevens heilzame, beteugelings-
V middel, en terwijl het geheel doen verdwijnen van kans-genot
eene utopie is.
w II.
; Dn NOTA, naamloos en niet gedagteokend, ter
verijdeliiig van 's Konings oognierlc, Burgemeester
en Wetlrouderen van Anisterdani toegezomlen, en
zijnde van den jare 1832, nu in den jare 1859
bekend gemaakt.
Deze Nota, bestaat uit een negental vragen, waarvan het
geheel zoovele punten aanroert, wier toets en opheldering
, dienstig is, tot voorbereiding van de bcvattelijkheid van het
problema, of al dan niet de zodelglc-eziottigo strolcking, en het
Jïizcmoiëol gmzstig gevolg goroeclelzj/c kan worden ocrzocsoulylct,
waaromtrent, aan de volharcllrzg dienaangaande , op 10 Decem-
ber, l., elo hulde op nieuws mogt te beurt vallen, zoo dik-
wijls, zoo lang, en zoo eenstmnmig, aan mijne donkboolelmt
toegebragt. Ook voor het oog van den, ofschoon omtrent
het onderwerp ten eenemale oningewijden lezer, zal de toets
dier strikvragen, en tevens elkander tegensprekonde listen.
gelijk ik mij durf vleijen, lioht doen schijnen.