HomeBetoog, ten geleide van het adres, in April 1859, gerigt aan de heeren leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, en ten verPagina 23

JPEG (Deze pagina), 501.13 KB

TIFF (Deze pagina), 6.42 MB

PDF (Volledig document), 16.59 MB

23
Die REsERYE­KAs is met der daad de Bcmlv.
j Het blijft voorts aan de ()l)P(‘1‘lY1‘üglZ over, te welken
l oogenblik de staking inogt verkozen worden, liet (letrooi
| te herroepen. ­- En dat zou eene Speelbank, ten behoeve
l van den ondernemer, zijn!
[Wet uitvoe¢·bacw·!
Er is immers klaar en duidelijk liiervoren aangemerkt.
I? dat er mimlew uizfschot uit de beurzen van de deelnemers zal
I te putten komen: en dat er een mimler ml cleelvzemers voor
i liet debiet zal noodig wezen, aangezien er een minder tal
(grootere of kleinere) voorwerpen, loten genoemd, zal uit
te reiken zijn.
Verder moet en mag ik, in dit Betoog, niet gaan, dan
aan te wijzen en bevcetielij/e te ma/cen, wat, bij gelegenheid
van _gro2zdi_ge, -- volledige, - 0npcu·ilj<ll_ge - en (tot dat
al noodige) contmclieioize, kennisneniing bewezen zal moe-
ten worden.
-€QG>-­­
IV.
De geiiialikelijlie, en niet langwijlige, taak van de
bedoelde Conrnanreroimi Iimvmswinime.
L ­­·•ïO?-
i lir bestaat een algemeene afkeer van Staatseomniissiën (hoezeer
niet uit liet oog moet worden verloren, dat destijds de lleer
Minister VROLIK, ter onderwerpelijke zaak, zoodanig eene
(Ionnnissie had toegezegd ’) en evenzoo is nien afkeerig van
1 Het is zelfs dus gelegen, dat het (zoo vreexndsoortig) Rzz_;y>orl mm 4/en
Koïziïzy, door den Minister gedaan, blootelijk eene verontselnildiging is van zijne
toezegging te hebben vcrzaakt; en welk Raynor! dan ook zich uitlaat met liet
eomniissoriaal 0ll(l(‘1`Z0(`:l{ blootelijk te ver//rrye«¤.
l