HomeBetoog, ten geleide van het adres, in April 1859, gerigt aan de heeren leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, en ten verPagina 20

JPEG (Deze pagina), 583.04 KB

TIFF (Deze pagina), 6.41 MB

PDF (Volledig document), 16.59 MB

i
I
zo
het (zoogenoemd, en allcrzonderliiigst) Rapport van den toen-
maligen Minister van Financien.
In dat Rapport (waarvan een gedeelte kopijelijk voor het
oog is gesteld in het eerste uitstaand Blad, te vinden
achter mijne Brochure van November, 1858, en van welke
Brochure dit Vertoog eene voortzetting is) wordt mijn Plan
niet minder aangevallen, berispt en misduid, dan zulks in
die naamlooze ]Tota het geval is. Evenwel zijn er toch ook
verschillen. _
J Even als de Alota, beschouwt het Rapport mijne Ont-
werpen als niet uitvoerbaar, maar het Rapport durft niet
verder gaan, dan een commtssoriaal onderzoek OP DAT
TIJDSTIP te ontraden; ten einde eerst en vooraf te beproe-
ren, wat des Ministers begrippen zouden mogen bewerken.
Tijdens die ]Vota was het trouwens in ’s Konings gezigt- r
punt niet te doen om een onderzoek; want de Koning, wars
geworden van zoo vele, altijd verijdelde, en blijkbaar niet
onpartijdige, onderzoekingen, beoogde den steller van het
Rapport niet langer gekend te doen worden; en bedoelde, ‘
zonder verder onderzoek, tot de daarstelling van mijn toen-
malig plan een Octrooi te verleencn. Dat te verijdelcn was
het oogmerk van de ]Tota.
Tijdens het Rapport was er in tegendeel zoo zeer sprake van
eene Stcattseomnztssle, ten tine van ovzpartqklzlqe en contra-
dtetoire kennisneming, dat de Minister die commissie, door ii
leden van de Kamer gewenscht, aan die achtbare Leden
j had toegezegd: en dat de Minister, wel is waar zijn gege-
ven woord had verzaakt, maar toch dat toegezegd commis-
l soriaal onpartt)`di_g onderzoek bij zijn Rapport blootelijk had
[ verdaagd.
j En toch kwam de bedoeling van de Nota, en die van het
V Rapport, op hetzelfde uit: namelijk op instandhouding van
l de Nederlandsche (ran de slechtste) Loterij.
~ l