HomeBetoog, ten geleide van het adres, in April 1859, gerigt aan de heeren leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, en ten verPagina 2

JPEG (Deze pagina), 404.96 KB

TIFF (Deze pagina), 6.44 MB

PDF (Volledig document), 16.59 MB

De hier aangebodene Bescheiden en Beschouwingen strek-
ken tot de uiteenzetting van hetgeen is vooruitgesteld in
mijn eerbiedig Adres aan de Heeren Leden van de Tweede ‘
Kamer der Staten­Generaal.
il l
I. Hät niet bekend zände IQONINKLIJK BESLUIT van 6 Sept;.
1819 ­- alhier - in 1859 - bekend gevizceakt. ....... blz. 3. ;
II. De Noem, naamloos en niet gedagteekend, ter verijdeling
van ’s Konings oogmerk, Burgemeester en VVethouderen van
Amsterdam toegezonden, en zijnde van den jare 1832, nu
in den ja1·e1859 bekend gemaakt ..................... zr 7.
III. V1zRG1aL1J1ï11<G, tusschen die naamlocze Nom, en het Rapport,
den 23 Augustus, 1856 , aan den Koning, door den toen- «
inaligen ïllinister van Financiën gedaan ................ zz 19.
1V. De gemakkelijke cn niet langwijlige taak betrefl`ende de
bedoelde Contradictoire Kennisncming ................. rx 23. q
{
V. Mijne begroeting van de geldelijke benoodigdheid -­ en
daartcgenover de voorziening in die behoefte ............ u 26.
Anxstrisimam, April, 1859. A. D. MEIJER.
1
A