HomeBetoog, ten geleide van het adres, in April 1859, gerigt aan de heeren leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, en ten verPagina 17

JPEG (Deze pagina), 548.54 KB

TIFF (Deze pagina), 6.45 MB

PDF (Volledig document), 16.59 MB

17
Sehriftelijk, en jegens mij, uitte de lleer VAN HOGES-
DORP de woorden: lläj moeten de spelers lolelcen, dat zij
geen deelnemen in vreemde Loterijen. -­ Se/irgtelzg'h stelde de
Heer FOCKEMA, in eene beoordeeling van mijn toenmalig
plan, de vermeerderende deelneming in vreemde Lotergen,
waarvan het mg medegecleelele stal; overtnegende bewijzen op-
levert ’.
I
Vraag "VII, N°. 3. Waarin de zekerheid gelegen is voor de meer-
dere voordeelen voor ’s1{ijks Schatkist (thans kunnende rekenen op
f 300,000 jaarlijks, en wel te midden ran de onzekerheid der goede
. uitkomst, vermits de toegezegde Bijdrage, niet, zoo als thans het
geval is, van het montant der prijzen en premiën zelve, maar
van de hoeveelheid der gedeáiteerde loten zou genoten worden;
is het bovendien aan te raden eene vermeerdering van dat inkomen
uit dezelfde bron te verlangen ?"
Jlhjne aanteeheningen op die (laatste) vraag Vll, XO. 3.
Drie stellingen van de Nota mogen niet onopgemerkt
blijven:
10. De Schat/eist soa, omtrent de Z>estaan«l·’ Loterij, kunnen
rehenen op jaarlg/cs 300,000l
Voor zooverre dat cijfer, van, slechts, _f 300,000 ­- niet
eene sehrijlfout van de Alota zij -, zon daaruit de gevolgtrek­
king voortvloeijen, dat er zeer veel aan maat en strijkstok
moet blijven kleven. De brnto­opbrengst van die maal
’sjaars -­ j` 60 inleggende) 20,000 loten is omstreeks
420,000 ­- en de kosten kunnen, eerlijkervvijze, niet de
som van ’s jaars f 120,000 beloopen. mijne raming,
I Berispe men deze aanvoering niet van enkele zinsneden, uit geschriften
niet in hun geheel te voorschijn gcbragt. Mijn aanbod, xneermalen geuit, zij
alhier herhaald, om die geschriften in originali te verteonen, aan elk Vat-
soenlijk man, door wien zulks mogt verlangd worden.
­>