HomeBetoog, ten geleide van het adres, in April 1859, gerigt aan de heeren leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, en ten verPagina 10

JPEG (Deze pagina), 565.12 KB

TIFF (Deze pagina), 6.44 MB

PDF (Volledig document), 16.59 MB

e
ll)
Jhjne opïmlderizigm betwggylbizele die lldc rmag.
Ziehier de erkenning, dat buitenlandsche Loterijen, {welke
dan ook) de voorheen Generaliteits Loterij van een debiet
van jaarlijks 16000 loten hadden verstoken: en zulks omdat
deze buitenlandsehe loterijen op een eoorclcclzjjer voet waren
ingerigt: en dus de erkenning, dat de Nederlandsche Loterij
op een’ amdeclrlqen wat bestaat. Zoo zouden toch die meer
voorclcetige L0tm‘Q`0m in Dultsclllalld de , aldaar eene vreemde i
Loztm~q'zq'¢zcZc Hollandsche Loterij-exploitatie, hebben gestuit.
De erkenning mitsdien, dat een, op betereoz roet ingerigt in-
lcmclsc/i openbaar kansgenot eene behoefte, en ook vermogend
is. om ereemde L0ter@­cmpZ0itatie te keer te gaan.
Dat de Ilamburgsche loterij (nevens de Pl·cmly”00·tsche) de
Hollandsche loten zou verdreven hebben, is intussehen het
geval niet. Geheel andere, zich nieuw in Duitsehland toen
vestigende, Loterijen, zijn het , waardoor de over geheel Europa
verspreide, en steeds aangroeijende, L0ter@'­e;vpZ0itaiie is ont-
staan, die voor ons land een bekwaam wezingsmicldel (mits
dat weringsmiddel zijnerzijds eene zedelijke strekking hebbe,
en zedelijk nuttig in zijne uitwerking zij) tot eene behoefte
maakt.
III. Zullcn de Verbotswetten in Pruissen en Jfngelaml tevens
het invoeren van vreemde loten aan deze onderneming niet in
den weg staan, en aanleiding geven tot eon’ sluikliandel, waar-
van uit den aard der zaak de uitkomst en het voordeel zeer onze-
ker zullen wezen?
jllvjzze 0p7z@Z<‘Ze¢‘iv2ge2z betrqgïêizde die HFC vsmag.
De bedoeling is niet, ergens de Verbodswetten aan te
I randen. Het is voorts door de ondervinding bewezen, dat
hier, noch elders, de Verbodswetten invoer van uitheemsehe