HomeOude wijsheidPagina 5

JPEG (Deze pagina), 828.39 KB

TIFF (Deze pagina), 8.71 MB

PDF (Volledig document), 21.04 MB

a i I g
l
l
·~ l
l
I OUDE VVIJSHEID.
DE SPREUKEN VAN BHARTRIHARI.
im ,
{ ,
I Mr. P. A. S. vm LIMBURG Beouwica. il
=*·?1., " (
ii Onder de middelen, welke ons ten dienste staan om de zeden en
X het karakter van vreemde volken, en vooral van Oostersehe te leeren
kennen, mogen almede in eene eerste plaats hunne spreuken worden
genoemd. Verhalen en gedichten dragen natuurlijk ook niet weinig bij
gj tot die kennis, maar lang niet altijd kunnen wij zeker zijn, of de
· daarin voorkomende gevoelens inderdaad die van de natie in ’t alge-
_ meen dan wel de bijzondere meeningen der sehrijvers of cliehters zelven
l waren. spreuken bestaat daaromtrent in den regel minder twgtel.
i Gemeenlijk toeh bevatten anders niet dan eene soort van populaire
T wijsheid, in enkele meest zeer eenvoudige aphorismen uitgedrukt; en,
mogen ook deze later door den een of ander in een meer bepaald let-
terkundigen vorm zijn overgegoten, op zieh zelve blijven ze torh eene
4 vrucht van den volksgeest en kunnen niet zoo ligt als andere littera-
f risehe voortbrengselen op rekening worden gesteld van subjeetieve rig-
ting ot` individuele phantasie.
Geen volk nu welligt, dat een zoo grooten rükdom van dergelijke
spreuken bezit als het Indische en met name de Oud-Arisehe stam.
' i Zijne gansehe, omvangrijke litteratuur is er als ’t ware mede bezaaid:
in bijkans al zijne heldendirhten, verhalen, tabelen, drama’s en wijsgee-
rige werken treft men ze in menigte aan; en de bijeenzameling alleen
van al die verstrooide aphorismen zou reeds een niet geringen arbeid
kosten. WVeinig algemeen intussehen, ten minste in ons vaderland,
zijn die uitingen der populaire wijsheid van Indie nog bekend; en,
vermits sinds den laatsten tijdjook ten onzent zich meer belangstelling
i in de Hindoe-oudheid begint te vertoonen, zullen ook enkele mededee-
lingen omtrent den hier bedoelden tak van letterkunde alligt niet zonder
reden aanspraak mogen maken op eenige welwillende opmerkzaamheid.
I Gelukkig hebben de Indiers zelven ons het büeenbrengen van der-
gelijke mededeelingen althans in zeker opzigt gemakkelijk gemaakt.
Niet al hunne spreuken hebben zoo overal verstrooid gelaten, maar
een vrij groot aantal verzamelden in atzonderlijke boeken, evenals
dat vroeger en later door Perzen, Israëlieten, Arabieren en andere
i volken met de lnume werd gedaan. lün eene der beste en meest be-
j langrijke onder deze verzamelingen is ongetwijfeld die, welke toege-
; schreven wordt aan Bhartrihari, en omstreeks eene eeuw voor onze

R
l
ä
E
F
. g. Y vl, · 7/,