HomeOude wijsheidPagina 24

JPEG (Deze pagina), 951.78 KB

TIFF (Deze pagina), 8.74 MB

PDF (Volledig document), 21.04 MB

.,_,__-·!f%T`° ·=;~ ~ I ·ï ».. tl, ,,;T_,_g__ _.~ p K
. »· -~· ~· ·=·= ­· · ­ .~ . _­ .· s ,,. vvv?/,

,
A 22 ‘
t l
Musuhnan, dan zijn wij eene abominatie in zijne oogen zoodra hij ons
i ­ een varkenskarbonaad ziet orberen. Om deze en dergelijke redenen
hoorden wij eens teregt een welbevoegde en helderziende koloniale spe- •
p cialiteit zeggen: >>Doopt ze, al is ’t met de brandspuitl" ­- In korte
’ woorden: Laat de missie het werk doen dat haar voegt en op haar i
weg ligt; en dit met ijver, met geestdrift; doch laat ze haar eischen,
haar ideaal, niet te hoog stellen, op stralïe van zich zelve een graf te
Q graven, en - welligt het onze daarbij!
Het in deze bladen besproken onderwerp geeft ons ten slotte met l
betrekking tot Java en de Javanen eene opmerking aan de hand, welke
wij hier nog aan ’t oordeel van den lezer, en in ’t bijzonder van des- ‘
kundigen wenschen te onderwerpen, - eene opmerking, die juist in
dezen tijd, na de correspondentie tusschen de heeren Holle en Cohen
Stuart over Javaansche volkslitteratuur gevoerd C), alligt niet gansch 2
‘ en al misplaatst mogt heeten. Zien wij ons meer en meer tot de l
overtuiging geleid, dat pogingen om de Javanen tot leden van eenig j
Christelijk kerkgenootschap te maken in den regel ijdel en soms ook ,
bepaald nadeelig zijn, daarmede is natuurlijk volstrekt niet gezegd, j
dat meer algemeene verspreiding van kennis onder dat volk niet
van het hoogste gevvigt zou zijn. Integendeel kan men zich niet ge- j
noeg bedroeven over het feit, dat nog zoo uiterst weinig zoo door re- I
gering als door particulieren voor het onderwüs van inlanders wordt
verrigt. Maar een goed onderrigt voor den inlander behoort ook met
zedelijke opleiding gepaard te gaan; en daarom zoeken velen teregt, als Z
hulpmiddel in dezen, naar goede leesboeken voor den Javaan, die zelf A
gaarne pleegt te lezen of zich door anderen te laten voorlezen. Nu
levert evenwel de Javaansehe letterkunde niet veel op, wat tot het be-
oogde doel geschikt is, en mitsdien tracht men, mede teregt, het een
en ander in het Javaanseh en Soendaaseh te zamen te stellen wat aan dat
doel'meer bevorderlijk kan zijn. Doch waarom nu ook niet eens naar
stof voor dergelijke boeken in de oud-Indische letterkunde gezocht? l
VVaaro1n niet, b. v., de hier beschouwde spreukenverzameling, althans ·;
het meer algemeen zedekundig gedeelte daarvan, te baat genomen, of, E
zoo de hier aangehaalde nieerendeels nog niet populair genoeg mogten
schijnen, dan toch niet eens omgezien naar die menigte van andere,
nog meer eenvoudige, schoon van gelüke strekking, die, zooals wij
ï opmerkten, in tal van Indische schriften verspreid liggen Bevoeg­ A
(*) Zie de Notulen der vergaderingen van het Bataviaasch Genootschap van kunsten en
wetenschappen. 1869 no. 1. ‘
ij) Dat spreuken als de hier bedoelde ongetwijfeld zeer populair op Java konden worden,
bewijzen wel dergelijke reeds bestaande verzamelingen, zooals o. a. het gedicht Woelang jy
Krama, waarvan de inhoud door den heer llolle in zijne bovenvermelde correspondentie
\'£`;l`(I 1ll(‘(lCg(§(IC8l(I, (*11 \'2llll`Ill ll)ll()l`l<u|(31l '()Ol'l{()]ll(’ll, die Z0<)ZGCl` iläll SOll1ll|l§IC (I()Ul` 0115
hier aangehaalde herinneren dat men geneigd mogt zijn ze van zuiver Indischen oorsprong
te achten. Van den anderen kant echter staan de meeste dier spreuken evenmin als de
meerderheid der overige, uit de inlandsche litteratuur bekende op gelijke hoogte met die
ll
l
l