HomeOude wijsheidPagina 21

JPEG (Deze pagina), 961.07 KB

TIFF (Deze pagina), 8.82 MB

PDF (Volledig document), 21.04 MB

19 H
ll
=j Zoo ja, men toone ons de punten van verschil! Maar ze te zoeken
ware ijdele moeite. Op dogmatisch kerkelijk gebied vindt men ze in
t menigte, op zedelük en algemeen menschelük nergens. ,
Doch indien nu geen wezenlük onderscheid tusschen de ethische be-
grippen van Europa en Indië valt aan te wijzen, noch wat den inhoud, ·
" noch zelfs ook wat den vorm betreft, is het dan geene volslagen dwaas- ~
heid, toch maar, gelijk door blinde üveraars voortdurend geschiedt,
eeuw uit eeuw in den verlichten Hindoe te willen opdringen, dat hij
nog maar een arme heiden is en dat zijne deugden niet dan blinkende
zonden zijn? ’t Blijft immers ondenkbaar dat hü dergelüke bewering
j anders dan met schouderophalen kan beantwoorden. Ten ware hü
li voor zoo iets te hoffelük zijn mogt (“). Trouwens de ervaring is ook
J hier weder de beste leermeesteres. Men vergelijke slechts de hoog ge-
il spannen verwachtingen van vroeger dagen omtrent de >>aanstaande be-
keering van heidenen en joden" met de, na eeuwen zwoegens verkre-
gene resultaten! Zoo schreef, b. v., de eerwaarde Jacobus Sceperus,
predikant te Gouda, in züne opdragt van Rogerius’ verhandeling aan
E bewindhebbers der Compagnie: »Doch alhoewel het Gode niet ghelieft
en heeft, tot op desen tijt, de Salighmakende kennisse sijns Soons te
4 laten komen tot in China en vele ghewesten van de Oost- en West-
Indien, zoo schijnt doch nu de ure daer te wesen, dat sich de Heere
ooek over haer erbarmen wil. De Elfde ure sehünt ghekomen, in
weleke den VVijngaerdenier de laetste Arbeyders tot sünen Wijnbergh
roepen wil. De Heere des Avontmaels, die sijne knechten eerst ghe-
sonden heeft tot de ghenoodighde, die hem versmaden, daarna tot de
kreupele, blinde, lamme en gebreekelijke, om die van de wijcken en
straten der stadt in te brengen tot sijn Avontmael, die siet datter
noch plaetse is, en begint vast sijne knechten uyt te schicken, om te
gaen tot die ghene, die daer wonen op de weghen ende in heggen,
om van daer te halen die ghene, waermede sijn Huys moet worden
vol ghemaeekt. Nu schünt Godt met ernst te willen bevorderen, dat
4 de volheyt der Heydenen inga; om oock alsdan Israël saligh te maken,
als dit geschiedt sal zijn. Door de laetste bekeeringhe der Heydenen tot
Christum sal Godt den Joden jaloers maken, om ooek te talen na den selven."
O heilige onnoozelheid! -mogt een Huss hebben uitgeroepen. In gelijken zin
(*) Een aardig staaltje van beleefde manier om voor de eer der belceering te bedanken,
wordt ons medegedeeld door James Kerr (The domestic life, character and customs of the
natives of India. London. 1865). Een jong en zeer intelligent Brahmaan, die zich later
ook een naam maakte èn als linguist en als regtsgeleerde, en eindelijk regter werd te Ma-
dras, had met den schrijver verscheidene Engelsehe werken gelezen, zooals die van Adam
Smith, I.ocke en anderen. Hij vond geenerlei bezwaar in het aanleeren van den kerkelij-
ken catechismus en las ook met veel belangstelling I’aley’s lüvidences of Christianity. Dit
bemerkend, vroeg hem eens Kerr, of hij, toch niet streng meer hechtend aan zijne kasle,
nu ook geene roeping gevoelde om het Ilindoe`isme vaarwel te zeggen en het Christendom
te omhelzen. ,,De Brahmaan, - dus verhaalt de schrijver, -­­ liet eenige oogenblikken
het hoofd hangen, en ant‘voordde niets. Daarna zag hij op, en ­­ glimlachte.”