HomeOude wijsheidPagina 14

JPEG (Deze pagina), 727.54 KB

TIFF (Deze pagina), 8.92 MB

PDF (Volledig document), 21.04 MB

l
ft
t
z
12 ’
Boven het ongeluk weet intussehen een moedig en deugdzaam mensch,
_ zoolang hij levenskracht bezit, zich te verheffen:
Standvastig blijft een man, ook schoon hein rampen treffen;
De vlam brandt rustig voort, schoon haar de logt beweegt.
’t (teen wij in nagenoeg denzelfden zin, met eene andere vergelij-
king, aldus vinden uitgedrukt:
(ieslingerd naar den grond, springt toch de bal weer op;
Een kraehtge geest heft dra, na ramp, zich weer omhoog.
Trouwens, wat haat het, te klagen over het ons toebedeelde lot?
Veranderen kunnen wg het toch niet; en niets dwazer dan de schuld
h op iets anders te willen werpen dan op de vaste, algemeene wetten,
die de wereld regeren C):
.·»¢
Als geen distel blad wil dragen,
Heeft daaraan de lente schuld?
_ Heeft, als uilen daags niet kijken,
’t Zonlieht niet ziin vliet vervuld?
~ J I O
Heeft, als soms geen drop de koekoek
Opvangti, nu de wolk gefaald?
Wat dan klagten? Al wat voorvalt
Wordt door vaste wet bepaald.
De deugd, - zoo vernamin wü straks, - worde gezocht om haar
zelve. Maar, al zoeken wij dan bij pligtshetraehting geen eigen voor-
deel de deugd behoort niettemin van eeni<>‘ nut te kunnen zi`n in de
. 7 D U
j wereld; eene onvruehtbare heeft slechts geringe waarde:
l
De daad, die de sleehten in goeden verandert,
De dwazen in wijzen, den vijand in vriend.
llet duistere in klaarheid en ’t gif zelfs in neetar, -- ’i
l Eert deze, geen deugd die tot niets heeft gediend.
VVare ’t nog noodig, in ernst de dwaling te weerleggen, als zou de
Q Indische geest meerendeels de hoogste waarde hechten aan een ledig en
i enkel eoiiteniplatief kIuizenaarsleven, het bovenstaande zon alleen reeds
een voldoend bewijs leveren van het tegendeel. En zoo kan ook de vol-
gende spreuk ons leeren, hoeveel den Indiër van ouds ook de roem-
i
(*) De tekst spreekt hier. aan ’t slot, van eene net, die al spelend door de Godheid
xvordt vastgesteld, eene eigenazirdige lndisehe spreekwijze, die waarschijnlijk met het dogma
omtrent de Maya of de Illusie zamenhangt, doeh moeilijk in onze taal is weer te geven.
in den derden regel iertaalt Bohlen; ,.\`enn bei Tage keine Flerlermaiise 1liegen," en in
‘ `t Latijn; ,,Xoetua si intcrdiu non volat.’° lür staat echter duidelijk genoeg: ,,.ls daags de
naehtuil niet kijkt," ’t geen ook veel heter bij het beeld van het zonlicht past.