HomeVedenstudiënPagina 80

JPEG (Deze pagina), 751.89 KB

TIFF (Deze pagina), 6.65 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

_ __ . -,o o---vvYF rs . . ,
(
70 VEDENSTUDIEN. l
opvoeding genoten te hebben, indien we van Jahveh en Mozes i
niets anders dan de namen kenden, en indien we niet ongeveer
ten minste wisten, wie Zeus en Apollo waren geweest. Met ·
Indra en Agni daarentegen meenden wij tot heden niets te maken ‘
te hebben; de oud-Indische kultuurgeschiedenis bleef ons, als de `
oud-Perzische, tot de heer Tiele deze bij ons inleiddc, nagenoeg
even onbekend als onzen voorouders, die van geen Veden ooit 1
hadden gehoord; en het voornaamste feit wat den meesten on- `ï
zer daarvan duidelijk was geworden, bestond zoo goed als uit-
sluitend hierin, dat de Veda, even als de Koran, een soort van
Bijbel van ons onbekende, ver van ons verwijderde volksstam-
men was, maar waarvan dc inhoud voor ons en voor onze tij- i
den van geen wezenlijk belang meer heeten kon. Aan derge­ ;
lijke, den beschaafde onwaardige onverschilligheid althans heeft l
de voorgaande proeve getracht een einde te maken; misschien ‘
met eenig gevolg, mogelijk ook nog vruchteloos. ()ok in het ” A
wetenschappelijke schijnt ten onzent wel eens het oordeel te Q
gelden, ’t welk wij niet lang nog geleden in een buitenlandsch tijd-
schrift over onzen volksaard in ’t algemeen waagden uit te spre-
ken: dat namelijk nieuwe ideen gemeenlijk zeer lang werk heb-
ben om bij den Nederlander ingang te vinden, of zelfs maar
zijne belangstelling gaande te maken. Trouwens, zoo splinter- ;
nieuw is de Vedenstudie voor Europa nu juist niet; hare be- i
oefening toch dagteekent van ongeveer reeds eene halve eeuw;
en zoo gansch overdreven mogt alzoo de verwaeliting ook niet i
zijn, dat Nederland, ’t welk zich eenmaal beroenien kon, Europa j
op den weg der wetenschap vóór te gaan, nu toch eindelijk wel
eens kennis zou willen nemen van ’t geen wetensehappelijke
mannen in andere landen, in Engeland, Duitschland, lilrankrijk, `
Italie, op het hier bedoelde gebied hebben gevonden en aan
hunne landgenooten medegedeeld.
Eene schets evenwel als de voorafgaande kan uit den aard
der zaak niet anders dan eene aanleiding, eene uitnoodiging
zijn, om de daarin medegedeelde resultaten van eigen en an-
derer nasporingen aan zelfstandig onderzoek te onderwerpen,
en ze vervolgens, bleken ze proefhoudend, onder diegenen al- _
thans te helpen verspreiden, wien eene meer of min geletterde
` opvoeding ten deel valt. En hiertoe meenen wij ten slotte de
belangstelling te mogen inroepen van hen vooral, die met het
geven van zoodanige opvoeding zich belasten. Zou het niet
werkelijk van belang kunnen zijn. dat wij in een leeftijd voor-
‘ `