HomeVedenstudiënPagina 78

JPEG (Deze pagina), 750.07 KB

TIFF (Deze pagina), 6.64 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

G8 veeensreniiàx,
pen en zelfzuclitige dienst van Agni met de uiting dier hoogere
gevoelens waartoe diezelfde eeredienst aanleiding gaf? Inder-
daad, mogen ook sommige afwijkingen en tegenstrijdigheden zich j
in allegorischen zin laten verklaren, in ’t algemeen behoeft, of i
liever behoort in dezen naar geene verzoening gezocht te wor-
den. lmmers het spreekt wel bijkans van zelf, dat de dichters
van een duizendtal liederen, uit ongetwijfeld ook verschillende l
tijden bijeenverzameld, niet allen zich op gelijke hoogte van be- . l
sehaving konden bevinden; het ligt voor de hand daarentegen,
dat verscheidene makers van dergelijke gelegeiiheidsgediehten, ;
als vele Vedenliederen werkelijk heetcn mogen, bij lange niet
het hooger standpunt wisten te bereiken, ’t welk de meer diep- i
denkende en meer beschaafde psalrnisten hadden ingenomen, en
menigmaal tot eene platte en grofzinnelijke opvatting van dat-
gene vervielen wat bij anderen zich als een verheven en diep- i
zinnig denkbeeld vertoont. En zoo kon dan Indra voor deze
laatsten de edele en dappere ridder en de wijze en grootmoe- Z
dige koning zijn, terwijl hij genen sonis, juist naar de mate 1
van hun eigen vorstenideaal, in de gedaante verscheen van een
kleingeestig, zelfzuchtig despoot met al de zinnelijkheid en ge-
breken den dusdanige gemeenlijk eigen. En ook niets natuur- W
‘ lijker nu dan dat juist die lndra, hoe dan ook overigens opge- j
vat, maar in elk geval ligt genoeg onder de voorstelling vallend ‘
zelfs van de minst levendige verbeelding, een veel populairder i
l`)eva werd dan de meer transeendente Varoena of de bij uit- _
nemendheid immanente Agni, hoewel aan allen gezamenlijk toch j
eene gelijke mate van vereering verzekerd bleef. Eindelijk kan p
het, in de hier bedoelde onderstelling, ons geenszins bevreem- i
den, dat de eigenlijke hoofdgedaehte, die aan het begrip der
lleva`s, als voorwerpen van goddelijke vercering ten grondslag i
strekte, door sommigen bij wijlen meer of min werd uit het W
oog verloren of althans op den achtergrondtrad, en dat de ;·
verpersoonlijkte natuurwezens hun wezenlijk karakter als mani- A,
festatiën van een hooger en eenig wezen soms schenen te verliezen 3
om dat van Goden in den ons bekenden zin, althans tot op ä
zekere hoogte, aan te nemen. lin indien nu zoo iets bij de waar-
sehijnlijk hoogst ontwikkelden onder het volk, bij zijne zangers
en oiïerpriesters, denkbaar was, - en de vergelijking der Veden- i
liederen onderling. schijnt ons wel te nopen het als denkbaar te
erkennen, -­-- hoe mag het dan niet menigmaal onder het min- `
der beschaafde deel van het volk zelf zijn geweest? j
a i i
.