HomeVedenstudiënPagina 76

JPEG (Deze pagina), 704.28 KB

TIFF (Deze pagina), 6.61 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

G6 VEDENSTUDIEN.
Vanwaar ’t ontstond, en of een Wezen ’t schiep,
Of niet, - dat slechts weet Hij,
Die, alles ziende, in gindschen hemel troont.
Hij weet het, ot`. .. ook Hij zelfs weet het niet!
Zou onze nieuwe wijsheid nog iets aan die oude hebben toe
te voegen? Vcet zij ons alligt te zeggen: van waar dit Al ,
ontstond en of een Vezen ’t schiep? Durft zij beslissen, of 3
llij, die in gindschen hemel heet te troonen, het weet, dan of
ook llij het niet zou kunnen weten? En wat oordeelen wij
dan steeds, en wat stellen wij ons altijd zoo hoog boven dien
vermeenden nacht der oudheid, als wij zelf ons toch niet in Q
staat bevinden, een stip slechts verder dan zij in dit en der-
gelijke problemen te zien? Laat nu die dichterlijk-metaphysi- t
sche mijmeringen omtrent den toestand, toen er zoomin een
waariieembaar iets als een absoluut niets bestond, het in zich lt
zelf levende en zonder adem ademend Eene, door Begeerte,
Kama, tot ontwikkeling gebragt, die natuur- en werkkrachten =
bij den oorsprong der dingen en al wat daarmede zamenhangt, .
voor ’t geen ze zijn, de laatste, sceptisehe uiting, waarmede het L
gedicht eindigt, is en blijft, of men ze nu afkeure oftoejuielie,
de uitdrukking juist van den geest der wetenschap in onzen
‘ eigen, schijnbaar zoo verbazend veel verder gevorderden tijd. j
En, dat de gesteldevraag geene maar zoo losweg daar neerge~
worpene was, maar integendeel het resultaat van diep en ern-
stig nadenken, dat bewijst wel juist hetgeen er aan voorafgaat.
Eerst uit nadenken trouwens worden dergelijke vragen geboren;
het onberedeneerd, nog kinderlijk verstand beantwoordt ze, ook
nog heden ten dage, eer ze eigenlijk in ernst zijn gesteld.
(led heeft de wereld geschapen, in zes dagen, en uit niets.
Wat kan eenvoudiger zijn? lllk kind heelt het zoo geleerd.
lle nadenkende geest echter leert ook nu, als in die verre oud-
heid, dat problemen als die der kosmogonie, inderdaad tot de
onoplosbare behooren. Iloeh welk eene hoogte van verstande~ l
lijke ontwikkeling moest dan een volk niet reeds bereikt heb-
ben, welks denkers tot uitkomsten als deze geraken konden!
En hoeoud is dan niet de eerste beschaving van datgeslaeht, _
welks jongste al`stammelingen wij zelven zijn, en welks oudst
bekende wij in de Ariers der Veden ontmoeten, hoe oud en
« ver al' niet in ’t algemeen ook de vroegste ontwikkeling van
den mensehelijken geest! Lang inderdaad schijnt ons het tijds-
h {
ik `
.