HomeVedenstudiënPagina 73

JPEG (Deze pagina), 743.20 KB

TIFF (Deze pagina), 6.56 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

I
DE 0NBEKENDE GOD. d3
wel overtuigen dat zij niets anders waren dan ’t geen wij van
den beginne af aan hen geheeten hebben. ls Aditi het Al,
V en is zij oorzaak en wezen tevens van al de Deva.’s en de le-
vende wezens cn de dingen, dan zijn deze, de dingen, de we-
zens en de Deva’s, natuurlijk ook anders niet dan hare ver-
schillende bestaanswijzen, de modificatiën der eene Substantic.
Noem nu de vereering zelve van het Wlïezen, welks verschij-
ningsvormen zij uitmaken, hoe gij wilt, mits de naam, dien gij l
er aan geeft, slechts geen misverstand te weeg brenge omtrent
het wezen zelf der zaak! lloc nu voor ’t overige een ge-
leerde als Max Müller nog in zijn jongste werk, over de hym-
nen aan de Maroet’s, kan beweren dat Aditi eigenlijk niet an-
ders dan de om zoo te zeggen zigtbare of waarneembare on-
eindigheid, de ruimte, waarvan wij de grenzen niet ontdekken,
zou zijn, en niet de ware, wezenlijke oneindigheid in meer
T algemeenen, wijsgecrigen zin, mag wel bijkans een raadsel wor-
den geacht. Of heeft het dan eenige. ook maar de geringste
beteekenis, dergelijke louter plaatselijke onbegrensdheid te ver-
cenzelvigen met al de l)eva’s en menschen en met de gansehe
natuur en haar den schoot te noemen van het zijn en het
niet-zijn, gelijk de Veda dit, naar wij zagen, op de meest on-
, dubbelzinnige wijze met zijn Aditi gedaan heeft? liaat ons
tech zoo beangst niet zijn. te erkennen, dat zelfs overoude tij-
den wel eens dieper nagedacht hebben dan bij eersten oogop-
slag hct geval mogt schijnen, zij het dan ook dat de ijdelheid
van ons tegenwoordig geslacht bij dergelijke erkenning wel
ietwat soms te lijden heeft! lIerkwaardig intussehen is, dat de
genoemde schrijver, in zijne uitvoerige beschouwingen over
Aditi, juist de bovenaangehaalde, zoo veelbeteekenende plaats
V slechts ter loops en te midden van tal van andere, weinig zeg-
;. gende, heeft vermeld.
Maar wat spreken wij ook uitsluitend steeds van lleva’s en
natuurwezens. alsof de gansehe Vedisehe godsdienst en we-
reldbeschouwing zich binnen deze vormen beperkt zou heb-
ben? Wel is waar, in de ongetwijfeld oudste liederen vanden
ltig-Veda blijft dit meerendeels nog het geval, doeh in zijne
betrekkelijk nieuwere, maar die dan toeh almede. gelijk wij
zagen, een belangrijken oiulerdom bereikten, weet hel. gezigts-
punt der dichters en denkers zieh ook wel te stellen buiten den
aangeduiden kring. Vie is dan eigenlijk. vroegen wij, en
vragen de geleerden en oudheidvorsehers nog - wie is die
»