HomeVedenstudiënPagina 72

JPEG (Deze pagina), 747.13 KB

TIFF (Deze pagina), 6.56 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

VEDENSTUDllàN.
Doch kan nu, deze wezenseenheid toegegeven, het aantrelfen
van zoo groot een aantal, verpersoonlijkte en onderling toch
verschillende natuurwezens ons soms weer aan ’t wankelen `
brengen omtrent onze opvatting van het eigenlijk karakter dier
meer algemeene persoonsverbeeldingen, welke wij als Varoena, j
Indra, Agni, kennen leerden? Zijn ook deze toch niet anders
welligt dan onze oude "goden," aan welke slechts overdragtelijlc
een hooger, meer algemeene aard wordt toegekend? Voorzoo­·
ver dergelijke twijfel ook nu nog bij ons rijzen mogt, willen
wij een laatsten en na het gezegde zeker wel alles beslissenden
bewijsgrond aanvoeren, en eene bijzonderheid vermelden, die
trouwens, ook al diende ze ons 11ict tevens tot bewijs, hier
niet met stilzwijgen zou mogen voorbij worden gegaan, eene
bijzonderheid, waaruit duidelijker welligt nog dan uit eenige an-
dere blijkt, welke de geest is, die de Deva-leer der Vedische
Ariërs in waarheid en van oudsher reeds heeft bezield. "
In verscheidene, ook ongetwijfeld oude hymnen van den Rig--
Veda treffen wij een wezen aan, dat wij zeker niet verwachten
zouden daarin te ontmoeten indien wij den ontwikkelingstoe-
stand en den graad van geestbesehaving der Ariörs in den Ve-
disehen tijd zoo laag stelden als velen nog geneigd zijn te doen.
Dat wezen heet Aditi; en dit beteekent de Oneindigheid. ’
Mitra, Varoena, Soêrya, Indra en andere Deva’s heeten de zo-
nen van Aditi. Zij is de verpersoonlijking van de alomvattende
Natuur, van het Alwezen, van de "Godheid zonder naam".
Zij is de bron en de substantie aller dingen, hemelsche als aard~
sche, goddelijke en menschelijke, voorledene en toekomende.
' Zij is de l`)eva’s allen en de menschen en al wat is; zij is in een
woord het Al der dingen zelf. De ltig-Vcda zegt het ·in zoo-
vele woorden, ­- l. 89, 10: - "Aditi is de hemel, Aditi is ,
de lucht, Aditi is de moeder en de vader en de zoon, Aditi is
al de l)cva’s en de vijf stammen (der menschen), Aditi is al
wat geworden is, Aditi is al wat worden zal." - En elders,
~­ X. 5, 7: - "llet Zijnde en Nietzijnde is in den hoogsten
hemel. in de geboorteplaats der Kracht, in den schoot van
Aditi." - Vat verlangt men meer? En zouden wij ons nu
tegen het gezag van den Veda zelf gaan verzetten, en toch
maar, uit ouden sleur en niet onverbeterlijke vasthoudendhcid
aan eenmaal van elders ontleende en ons ingeprente begrippen,
de Vedische Deva`s "Goden" blijven noemen in den van ouds
bekenden zin? Zoo iets, dan moet het laatst medegedeelileoiis
l