HomeVedenstudiënPagina 71

JPEG (Deze pagina), 759.00 KB

TIFF (Deze pagina), 6.57 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

l
W mc oNBE1·:ENDE Gor). Gl
C zijn nu die Deva’s, welke wij wederom geneigd mogten zijn
l "ondergesehikte goden" te noemen? Immers, op zeer weinige
uitzonderingen na, leuter natuurwezens, wier aard en beteeke-
nis ons meerendeels even duidelijk zijn als de verschijnselen _
zelvewelke zij vertegenwoordigen; nergens in elk geval boven- i
natuurlijke, uit zich zelven onbegrijpelijke, eerst uit hun eer-
dienst te verklaren wezens, gelijk wij er in de Grieksche en
andere mythologiën zoovele aantreffen, en van welke de oor-
spronkelijke beteekenis, zoo ze al door het latere wetenschap- l
pelijk onderzoek is terug te vinden, toeh bij het volk zelf, ’t
welk hen vercerde, zoowel als bij hunne eigene priesters ten
eenemale was verloren gegaan. Niets doorgaans van dergelijke
onzekerheid bij de Vedisehe l)eva’s. Moge ook de Veda zeer
veel duisters nog bevatten, in dit opzigt is hij meercndeels
kristalhelder; en de weinige overblijvende weiiblingen omtrent
_ het bepaald karakter of den juisten oorsprong van enkele zij-
ner persoonsverbecldiiigen kunnen van geen invloed zijn op het
oordeel, ’t welk wij over deze in ’t algemeen hebben uit te
spreken. En indien zij nu werkelijk toch niet anders dan de
waargenomen, eenvoudig verpersoonlijktc verschijnselen zijn,
wat reden hebben wij dan om ze in cen anderen zin dan die
` overige te verstaan, met welke wij in de voorgaande beschou-
wing hadden kennis gemaakt? llet eene versclrijnsel is groo-
ter, meer algemeen, meer omvattend dan het andere; de hemel
omvat meer dan de zon, de stormen, het onweder, op zichzelf _ i
beschouwd; het vuur of de warmte is aldoordringend, rivieren l
en wouden zijn meer begrensd; doch waar is het wezenlijk on-
derscheid? En is het een dan niet evengoed als het ander een
openbaringsvorm van iets anders, van datgene namelijk wat in
die vormen verschijnt? Hoe dan hier een ander wezen, eene
andere essentie ondersteld dan daar, en het eene God, het ove-
rige Goden genoemd? Trouwens, de Veda zelf kent geen zoo-
danig onderscheid: en hoewel één enkele tekst van grooter en
van geringer l)eva’s gewaagt, die onderscheiding wordt niet
alleen nergens anders gevonden, maar ook uitdrukkelijk weêr- ·
. sproken in de merkwaardige plaats, -- R. V. Vlll. 30, 1 :-»-
"(ïeen uwer, o l)eva’sl is klein otjong: gij allen zijt groot!" -·
En verscheidene hyninen eindelijk zijn gewijd aan Al de De---
va’s. »- Viçvö Devàs, »­- zoodat ook hier aan geenerlei veri-
schil van wezen insselien den eenen en den anderen te den ·
ken valt.