HomeVedenstudiënPagina 68

JPEG (Deze pagina), 508.04 KB

TIFF (Deze pagina), 6.57 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

‘ I
Ei es vm>Ei<sTU1>1ü1v.
Aranyänï I Aranyiini I
Eenzaam hier in ’t woud verdeelde!
Wat keert ge naar ’t. dorp niet terngt
Of heeft u geen vrees hier bevang<·n*
Als de tjitjika antwoordt
Op ’t loeijen der stieren,
Vliegend als met cymbelslag,
l)an verheugt zich Aranyanï.
Daar is ’t als verrecs ginds het huis
En als graasden daar de koeijen,
En als zond in den avond het woud
Den volgeladen wagen huiswaarts.
De een roept zijn koe; een ander I-
llouwt boomen om.
Wie ’s avonds nog in ’t woud verwijlr.
Hoort stemmen, zoo hij meent.
Straks komt het wilde dier nabij ,
Maar Aranyïinï wil geen kwaad.
Geurigo vruchten genietend, I
Smaakt stille rust de wandelaar.
· Aranyïtiiï zing ik lof, '
Aranyànï, geuren sprcidend,
Moeder der dieren, en zonder ploeg
Overrloed schenkend van voedsel!
ln een gansch anderen gedaehtenkring dan de tot dusver be- I
sproken natuurdeva’s verplaatsen ons enkele, ook nog in den
Rig-Vedai optredende, die wel geheel Indisch en nagenoeg uit-
sluitend den lndischen geest eigen mogen genoemd worden.
Zoo, o. a., Brihaspati, ook wel verwisseld met Brahmanaspati.
Deze namelijk is de kracht, die uitgaat van de ollerande en,
opstijgend tot de Deva’s, hunne gunst en hulp aan den otleraar
verzekert. De laatst vermelde naam duidt dit ook ecnigcr-
mate reeds aan; Brahma toch beteekent doorgaans in den Veda
nog eenvoudig gebed of ook oIl`er, en de ganschc naam alzoo:
heer of b<‘soherm<·r van het ofl`er. Der Vl"l`lll(‘l(llllê{ waardig in-
I