HomeVedenstudiënPagina 67

JPEG (Deze pagina), 608.56 KB

TIFF (Deze pagina), 6.52 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

`
[ STROOMEN EN ANDERE DEVA’S. 57
l Buigt neder u, wordt doorwaadbaar;
! En niet tot aan de assen der wielen
j Laat, stroomen! uwe golven reiken."
!
"Uw woord wil ik hooren, o zanger!
Met wagen en paarden kwaamt gij van verre,
j Neder wil ik mij buigen tot u,
! Als de moeder, die ’t kind hare borst reikt,
g Als de vrouw den man u omarmen!"
l "Uw gunst, 0 Stroomen! neem ik aan!
j En, doorwaadden in ijl u de Bharata’s,
T De dappren, door Indra gezonden, j
Dan stroomt weer voort en herneemt
Den loop, die voorheen u gesteld werd !"
li En den Wijze gewerd
I Der Stroomen gunst. j
i Hen doorwaadden de dappere Bharata’s.
N Rijst nu, gij golven, weêr!
j Vult uwe bedding,
Wasdom verspreidend,
Y _ Ulead naar zee!
En even als de rivieren en bronnen, zoo heeft ook het woud il
j zijne eigene Deva’s, die of het bewonen of wederomgeaclit E
worden het bosch zelf te zijn. Zoo vinden wij in het tiende Q
boek van den Rig-Veda, - hyinne 146, -­ onderanderen een 1
j op zich zelf ook niet onaardig stukje, aan eene woud­devï ge-
jy wijd, wier naam, Aranyànï, ook genoegzaam hare hoedanigheid J
te kennen geeft, en werkelijk met het bosch als zoodanig ver-
tl wisseld wordt. Hier intusschen mogen wij allerminst voor de
i juistheid onzer vertolking instaan, vermits het gedicht hier en
daar niet alleen vrij duister is, maar bovendien geen commen-E
taar, ­ die van Sàyana is zoover nog niet uitgegeven,-ons
, doet kennen wat de latere lndiiirs zelven er onder verstaan hebben.
Eigenlijk bevat het, zoo wij meenen, anders niet dan eenige ‘
i losse mijmeringen in de eenzaamheid van het woud; juist aan
den eenigzins geheimzinnigen toon echter, die erover verspreid
ligt, ontleent het, naar ’t ons voorkomt, ook zekere behage-
lijkheid.
! a
l
1
~!
1
l /