HomeVedenstudiënPagina 62

JPEG (Deze pagina), 458.56 KB

TIFF (Deze pagina), 6.42 MB

PDF (Volledig document), 51.43 MB

K;
52 vnnnnsrnnriän.
-=i
Eu wijst ons rijkdom, alles wekkend,
Al wat leeft tot leven roepend.
Den slapcr om te ontwaken, `
Tot winst de11 een, don ander tot genot, g
Kortzigtigen om ver te zien,
Allen wekt zij, rijkdom brengend.
t
Tot heerschappij roept zij den een,
Tot roeinbejag den ander, dezen
Tot eedler streven, ge11e ook
Tot wat dc zelfzucht hem gebiedt, -
Tot ieders levensdoel een ieder.
Zij verrees, de dochter des hemels, j
Schitterend, jeugdig, in glanzend gewaad. _`
Aller schatten meesteresse!
Ons ten heil laat schijnen uw licht! j
Zij volgt het pad van die er vóór haar gingen; i
Van wie weer volgen is zij de eerste, i
Herrijzend zelve, en tot nieuw leven roepend,
Wekkond ook hem die gestorven scheen.
Verdwenen zijn de storvelingen, ;
Die ’t eerst den dageraad aansehonwden; Z
Ook ons verscheen weer ’t inorgenrood;
En na ons komen, die van nieuwe dagen
Weer de oehtendseheemring gloren zien.
.an de kim is de stralende l)evi` verrezen,
Wegvagend `t nachtlijk iloers.
Natuur ontwaakt; want op haar wagen stijgt
.·nrora ginds omhoog.

\'aal<l opl läestaan is onzer weer!
llet lielxt ierrees, de duisternis verdween;
lien nieuwe haan is voor de zon ontsloten
Itlu ons een nieuwe levensdag.
t
t
^